is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rozekruiserij; ook heeft reeds de broeder van het Rozekruis onder het beeld van den 'bouwmeester' gearbeid. In dit verband moet het dan treffen, dat anno 1678 in een ander boekje van G. van Vreeswijk, opgedragen aan Karei II van Engeland en getiteld 'Het licht der maan of glans der zon', van „de goddelijke kunst der Hermetische philosophie" gezegd wordt, dat „alle ouden deze kunst boven anderen bemind en den Oppersten Bouwmeester daarin erkend en verheerlijkt hebben," dat daarbij zelfs (op blz. 25) van „het huis der geheele wereld" wordt gewaagd. „Verstaat gij dit wel, heeren meesters alchimisten?" (Blz. 39.) Hier komt het dan toch uit, dat de meesters vrijmetselaren uit philosopheerende meesters alchimisten, niet uit kerken bouwende middeleeuwsche bouwlieden te verklaren zijn. En de Rozekruisers van 1650 zijn de alchimisten van 1550 geweest; terecht is in het Ma^nniekTijdschrift (8 : 531) door br.'. Jos. Raemaekers gesproken van „de oude Rozekruisers, zoo herhaaldelijk en op goede gronden tot onze voorloopers gerekend". Ook had reeds in 1803 te Salzbach Christ. Gottl. von Murr een boekje (Kloss 826) het licht laten zien, waarin beweerd werd, dat Rozekruiserij en Vrijmetselarij oorspronkelijk hetzelfde waren geweest, de laatste in de dagen (1642—'58) van Cromwell ontstaan was, en de scheiding der twee niet voor het midden der zeventiende eeuw konde zijn gevallen; bij Lessing had het geschiedverhaal, dat Anderson aan zijne lezing der 'charges' heeft laten voorafgaan, eene handtastelijke goochelarij geheeten, — „Anderson's kale rhapsodie, waarin de historie der bouwkunst voor die der orde wordt onderschoven." In de tweede helft der zeventiende eeuw zal de orde van het Rozekruis de Engelsche vrijmetselarij als vak-