is toegevoegd aan uw favorieten.

De mystieke opvatting van Kerstmis.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

GEESTELIJK LICHT; HET NIEUWE ELEMENT EN DE NIEUWE SUBSTANTIE.

Verleden jaar vingen wij onzen correspondentiecursus over Mystiek Christendom met een les over Kerstmis, uit een cosmischen gezichtshoek bekeken, aan. Wij verklaarden toen, dat de zomeren winterzonnestilstandspunten, alsmede de lente- en herfstnachteveningen keerpunten vormen in het leven van den Grooten Aardgeest, evenals ontvangenis het begin aangeeft van de nederdaling van den menschelijken geest in het aardsche lichaam, welke geboorte als gevolg heeft, die op haar beurt de periode van groei inluidt, een periode, die voortduurt tot de volwassenheid bereikt is. Op dit tijdstip neemt een tijdperk van rijpwording een aanvang, gepaard gaande met een vermindering der physieke krachten en eindigt met den dood. Deze gebeurtenis bevrijdt den mensch van de banden der stof en leidt het tijdperk van geestelijke assimilatie in, waardoor onze oogst van aardsche ervaringen omgezet wordt in zielekrachten, talenten en neigingen, waarvan wij in toekomstige levens rente kunnen trekken, opdat onze rijkdom, wat deze schatten betreft, overvloedig toeneme en wij als „getrouwe rentmeesters" waardig bevonden worden om steeds hooger rangen te bekleeden onder de dienaren in het Huis des Vaders.

Deze verduidelijking berust op den betrouwbaren grondslag van de groote wet der overeenkomst, die zoo kernachtig uitgedrukt is in den Hermetischen regel: „Zoo boven, zoo beneden." Deze algeheele sleutel op alle geestelijke vraagstukken zal ons ook van dienst zijn als „Sesam, open u" bij onze les over Kerstmis van dit jaar. Wij hopen, dat deze les vroegere inzichten van onze studenten moge verbeteren, bevestigen of vervolledigen, volgens ieders behoefte.

De lichamen, die oorspronkelijk gekristalliseerd waren bij de verschrikkelijke temperatuur van „Lemurie," waren te heet om voldoende vochtigheid te bevatten, teneinde den geest vrijen en onbeperkten toegang tot alle deelen van hun anatomie te verschaffen, zooals de geest dien nu heeft door middel van het circuleerende bloed. Later, in het begin van Atlantis, hadden zij werkelijk blöed, maar het stroomde slechts met moeite en zou al spoedig opgedroogd zijn door de hooge inwendige temperatuur, indien de waterrijke atmosfeer, die er toen bestond, geen overvloed van vocht verschaft had. Door inademing van dit zachtmakende vocht werd langzamerhand de hitte verminderd en werd het lichaam weeker, totdat een voldoende hoeveelheid vocht in

: