is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

458

PORTUGEEZEN IN DEN MALEISCHEN ARCHIPEL.

dan, binnen de perken van het hem opgedrongen vazalschap, zijne rechten handhaven, zijn macht uitbreiden en tegelijk daarmede de uitbreiding van den Islam bevorderen. Botsingen bleven dan ook niet uit en vooral zijn post vatten tegen Over de Christelijke propaganda maakte hem gehaat in de oogen der Portugeesche Jezuïeten zendelingen. Hairoen werd het slachtoffer: in 1570 werd hij op laaghartige wijze vermoord op aanstoken van den Portugeeschen gouverneur van Ternate, Diogo Lopez de Mesquita.

Die moord werd het sein voor een algemeen Verzet der Ternatanen tegen de gehate Westerlingen, onder leiding van Hairoen's oudsten coon, sultan Baboellah of Baab, die zwoer het verzet niet te zullen opgeven vóór de Portugeezen uit de Molukken waren verdreven. Hij ontving steun van een groot aantal Tidoreezen en het verzet tegen de Portugeezen werd door hem ook overgebracht naar de Ambon-éilanden. Geheel het Oosten van den Archipel werd het tooneel van den strijd Op het eind van 1574 ging de Portugeesche vesting Op Ternate aan Baboellah bg verdrag over. De meeste Portugeezen weken uit naar Ambon, waar zij zich hadden weten staandete houden. Anderen gingen naar Tidore, en werden daar goed ontvangen door den Sultan, die evenals de vorst van Bat jan begon te vreezen voor de machtsuitbreiding Van Ternate en die trouwens hoop had, handelsvoordeelen Voor zijn rijk te trekken uit het verblijf aer Portugeezen in zijn land. Het werd open oorlog tusschen Ternate en Tidore en op verzoek van Tidore's sultan bouwden de Portugeezen van Ambon op Tidore in 1578 een Portugeesch fort.

Iets later, in 1580, en op het Iberisch schiereiland vallen de bekende gebeurtenissen voor, welke Portugal met Spanje vereenigen en dus ook het Portugeesch-Indië. Die vereeniging heeft weinig invloed gehad op de wijze van bestuur en handel der Portugeezen in het Oosten, in den Maleischen Archipel. Er was voor hen zelfs een voordeelige kant aan verbonden: doordat de Spanjaarden, op de Philippijnen gevestigd, thans met hen één rijk. uitmaakten, konden deze hun hulp verleenen, bv. in de' Molukken en op Ambon.

De toestand nu der Portugeezen daar was zorgwekkend genoeg. Baboellah bleek hoe langer hoé meer een geduchte tegenstander te zijn en breidde steeds meer zijn macht en invloed uit. Hij,'die zich noemde de heer der 70 eilanden, strekte zijn gezag uit over of pretendeerde rechten op Mindanao, over een groot deel der Molukken in engeren zin, over een deel der Ambongroep en de Papoesche eilanden, over de Noordoost- en Oostkust van Celebes'en aangrenzende eilanden; zelfs tot op Bima. Maar zgne dagen waren geteld: in 1583 of 1584 overleed hij. Hij had aan den invloed der Portugeezen in de Molukken een zeer gevoehgen slag toegebracht, had aan de Kerstening van die streken eveneens beletsélen in den weg gelegd zóó groot, dat de resultaten er van zoo goed als vernie' tigd wSren' geworden; maar geheel verdwenen ■was die invloed nog niet Ook na zijn dood hebben de Spanjaarden en Portugeezen den krijg met Ternate moeten voortzetten; hun plaats ep Tidore hebben zij weten te behouden, maar - hunne positie was in de Molukken ten zeerste

verzwakt. Ook op Ambon- en omhggende eilanden hebben zij zich gehandhaafd en hier beteekende hunne stelling iets meer dan in de Molukken.

Zóó was de toestand der Portugeezen in het Oosten van den Archipel, toen de Nederlanders in 1595 hun eersten tocht naar Indië begonnen.

Zooals dit alle3 in het Oosten van den Archipel geschiedde, zoo ook in het Westen. En juist daar greep spoedig na de verovering van Malaka door de Portugeezen een wijziging plaats in de machtsverhoudihgen der inlandsche rijken onderling en wel door de grootere plaats, welke Atjèh gaat vragen in de rij der staten en staatjes op Sumatra. De monopolie-politiek der Portugeezen was hiervan een der oorzaken. Deze trachtten den vrijen handel te verhinderen overal waar zij invloed hadden, zoo bv. in Pasei. Het gevolg was dat de handel andere havens zocht: in dit geval Atjèh, dat een tusschenstation van beteekenis was, dat het tusschenstation is geworden voor den handel door de Mohammedaansche kooplieden bewesten Malaka op den Archipel gedreven. Dit bracht welvaart in dit tot nog toe tamelijk onbeteekenend rijk, dat, nog in het begin der 16e eeuw een vazalstaat van Pedir, zich onafhankelijk maakte en Pedir onderwierp en ook Pasei, waaruit in 1524 de Portugeezen door Atjèh werden verdreven. Lu 1527 werd Aroe door Atjèh veroverd. Atjèh wordt nu gaandeweg het centrum van het verzet tegen de Portugeezen in het Westen van den Archipel, een centrum van te meer beteekenis, toen in 1526 de Portugeezen den ex-sultan van Malaka van Bintang verdreven en dit broeinest van vijandelijkheden voorloopig onschadelijk maakten. Djohor op het Maleische schiereiland — een nieuwe stichting — werd thans de zetel van het Maleische rgk, en Djohors sultans gaan voort met den strijd tegen de Portugeezen, welke hunnen voorzaten Malaka hadden ontweldigd. In dezen kamp tegen Djohor aan den eenen, Atjèh aan den anderen kant hebben de Portugeezen van Malaka zich weten staande te houden, zij het dan ook meer dan eens met groote moeite (bv. bg het beleg in 1551 tegen Djohor, gesteund door Javanen van Djapara; bg de aanslagen in 1568 en 1573 tegen Malaka door de Atjèhers, in 1574 tegen een Javaansche vloot, spoedig daarop (1575) tegen Atjèhers), vooral ook met het oog op het zwakke garnizoen van Malaka. Ook deze verwikkelingen — die schadelijk werkten op Malaka's handel — kunnen in dit artikel over dezen Arohipel slechts in het algemeen worden besproken, niet in bijzonderheden worden nagegaan. Ook hier in heb Westen van den Archipel handhaven zich de Lusitanen en weten zij ten slotte den handel te beveiligen —, maar ook doet dit Atjèh, dat steeds in bloei, in aanzien, in macht stijgt; terwijl het Maleische rgk langzaam, maar zeker in aanzien daalt — niettegenstaande vleugjes van herstel in macht — ook tengevolge van verwikkelingen en oorlogen met Atjèh sedert ongeveer het midden der 16e eeuw. Wat in de Molukken gebeurde, gebeurde ook hier: de vrees van de naburige inlandsche staten voor een machtig rgk, in dit geval Atjèh, deed naburige streken toenadering zoeken tot Malaka (bv. van Sumatra's Westkust) en de Portugeezen veel