is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AARDRIJKSKUNDIGE ONDERZOEKINGEN.

211

1907 werd een' aanvang gemaakt met de triangulatie van de Oostkust van Sumatra en in 1910 met die van Celebes (vgl. J. J. A. Muller, in: Catalogus Kon. Ned. Aardr. Gen. Tentoonstelling 1913, Amsterdam, bl. 27—34).

De hoogtebepalingen der verschillende driehoekspunten geschiedde door trigonometrische hoogtemeting. Als grondslag voor de hoogte bepalingen zijn op verschillende plaatsen peilschaalwaarnemingen uitgevoerd om daaruit den gemiddelden stand van den zeespiegel af te leiden. In streken, waar de terreingesteldheid aan de driehoeksmeting te groote bezwaren in den weg legt, zijn astronomische plaatsbepalingen uitgevoerd. Zoo berust de opneming van het Westelijk deel van Borneo op een grondslag van 103 op dergelijke wijze bepaalde punten en werden in het vlakke Zuidoostelijk deel van Sumatra 64 punten astronomisch vastgelegd. De geographische breedten der astronomische stations zijn afgeleid uit circum-meridiaanswaarnemingen. De lengteverschillen werden bepaald door middel van een aantal tijdmeters. Sedert 1922 is een aanvang gemaakt met astronomische vastlegging van een aantal punten in de vlakke laaglanden van Oostelijk Midden-Sumatra, waarbij T00r de lengtebepalingen gebruik wordt gemaakt van radio-tijdseinen uitgezonden door het station Malabar (West-Java).

Hiermede werd getracht een zoo kort mogelijk overzicht te geven van de ontwikkeling van den wiskundigen grondslag der kaarteering in Nederlandsch-Indië. Het bestek van dit overzicht laat niet toe de ontwikkeling van den topographischen dienst in haar geheel te schetsen, hoezeer zij ook Verband houdt met den groei van onze aardrijkskundige kennis.

Wij mogen echter niet nalaten te wijzen op den arbeid van den voormaligen chef der opname den toenmaligen kapitein J. J. K. Enthoven, die in de jaren 1886—1895 kans gezien heeft de Westerafdeeling van Borneo geheel in kaart te brengen op den door hem zelf gelegden grondslag van astronomisch vastgelegde punten (vgl. J. J. K. Enthoven, Geographische plaatsbepalingen, T. K. N. A. G. 1903, bl. 825—852). Deze arbeid ontleent zijn geographische beteekenis echter voornamelijk hieraan, dat Enthoven de zoo onmisbare geographische toelichting op de topographische kaart heeft neergelegd in een omvangrijk werk in twee deelen: Bijdragen tot de géographie van Borneo's Wester-afdeeling, Leiden, E. J. Brill, 1903. Bovendien moet de aandacht gevestigd worden op het mede door zijn toedoen tot stand gekomen Jaarverslag van den Topographischen Dienst (1906 tot heden), waarin belangrijke gegevens voor den geograaf zijn opgenomen.

In het moederland wordt in dezen tijd bezielende leiding gegegen aan het aardrijkskundig onderzoek door Prof. Dr. P. J. Veth. Beeds was van hem in 1854—1856 verschenen: Borneo's Westerafdeeling, toen hij de hand ging leggen aan zijn meesterwerk: Java, geographisch, ethnologisch, historisch, dat van 1875—1884 in vier dln. verschijnt. Onder zijn leiding of liever door zijne medewerking en vurige belangstelling verschijnt mede van 1859—1869 het Aardrijkskundig en Statistisch Woordenboek van NederlandschIndië, ter vervanging van het gedeelte van het reeds in 1839 (1837)—1851 verschenen Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland door A. J.

van der Aa, dat betrekking had op Ned.-Indië. Dan wordt in 1873 in Nederland het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap opgericht en Veth is de eerste voorzitter. Reeds in 1876 wordt begonnen met de uitgave van het . „Tijdschrift", dat in den loop der jaren geworden is tot de belangrijkste bron van kennis voor de aardkunde van den Maleischen Archipel.

In 1875 worden de eerste voorbereidende maatregelen genomen voor de eerste expeditie door het genootschap uitgerust met steun der Regeering. De resultaten zijn neergelegd in het werk: Midden-Sumatra, Reizen en onderzoekingen der Sumatra-expeditie, uitgerust door het Aardrijkskundig Genootschap, 1877—1879, beschreven door de leden der expeditie onder toezicht van Prof P. J. Veth.

Daarmede is dan de rij van expeditiën en uitgaven van het Genootschap geopend, die later voortgezet zou worden in samenwerking met Indië zelf. De schakel daartoe wordt gelegd door Melchior Treub. Door zijn toedoen komt de „Maatschappij tot bevordering van het natuurkundig onderzoek der Nederlandsche Koloniën" tot stand en in Indië het „Indisch Comité van wetenschappelijk onderzoek" en in gelukkige samenwerking wordt het werk voortgezet.

Nog vóór deze samenwerking tot stand gekomen was had men besloten tot eene expeditie naar de Key-eilanden: Het resultaat hiervan is neergelegd, in de: Verslagen van de wetenschappelijke opnemingen en onderzoekingen op de Key-eilanden, gedurende de jaren 1889—1890, ingesteld door H. O. W. Planten eh C. J. M. Wertheim, in opdracht van het Kon. Ned: Aardr. Gen. Met eene kaart der Key-eilanden en een ethnographischen atlas van de Zuidwester- en Zuidooster-eilanden, Leiden, E. J. Brill 1893.

Dan beginnen echter de pogingen van Treub en Serrurier vruchten te dragen. De expedities naar Borneo vangen aan: Borneo-Expeditie, Geologische verkenningstochten in Centraal-Borneo (1893—94) door Dr. G. A. P. Molengraaff, Leiden, E. J. Brill, 1900; In Centraal-Borneo. Beis van Pontianak naar Samarinda door Dr. A. W. Nieuwenhuis, I en II, E. J. Brill, Leiden 1900; Beide werken uitgegeven door de „Maatschappij". Quer durch Borneo. Ergebnisse seiner Reisen in den Jahren 1894, 1896—97 und 1898—1900 von Dr. A. W. Nieuwenhuis unter Mitarbeit von Dr. M. Nieuwenhuis-von UxkuellGueldenbandt, Zwei Baende, Leiden, E. J. Brill, 1904—1907.

Ook Sumatra bleef de aandacht behouden. Onder leiding van J. W. IJzerman werd een verkenningstocht gemaakt dwars door Sumatra in verband met den mogelijken kolenafvoer naar het Oosten van de inmiddels ontdekte Ombilinkolenvelden. De resultaten zijn samengevat in het werk: Dwars door Sumatra. Tocht van Padang naar Siak. Onder leiding van den Hoofdingenieur J.W. IJzerman, beschreven door de leden der expeditie J. W. IJzerman, J. P. van Bemmelen, S. K. Koorders en L. A. Bakhuis, 1895.

In verband met de aanwezigheid in Indië van Prof. Max Weber (1888—1889 met Mevr. Dr. Weber-van Bosse) werd Prof. Dr. A. Wichmann door het Genootschap in de gelegenheid gesteld een reis te ondernemen naar Celebes en enkele Oostelijke eilanden. Daarover bericht deze ge.