is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRYOBALANOPS—ENDOSPERMUM.

865

bi), uitsluitend in de lagere bergstreken op de hellingen van lage of op de lagere hellingen van hooge heuvels, tot ongeveer 300 m. zeehoogte. In N.W. Sumatra rijzen de heuvels snel hoog uit zee op, zoodat hier het verspreidingsgebied van Dryobalanops aromatica tot betrekkelijk smalle strooken is beperkt. Waar de boom voorkomt is het aantal exemplaren tevens talrijk; zelfs groeit hij plaatselijk vaak gezellig, zich met zijn kruin steeds hoog boven het omringende geboomte verheffend. Binnen het verspreidingsgebied zijn duidelijk verschillende centra te onderscheiden, waarin de kamferboomen een groot percentage uitmaken van het woud, terwijl zij in de verbindingsstrooken niet of slechts spaarzaam worden aangetroffen.

Als de kamferboom van N. Borneo is te beschouwen D. lanceolata Burck, die in het noordelijk deel van Sera wak, zoowel als in de Tidoengsche Landen en Boeloengan in talrijke exemplaren voorkomt, eveneens in heuvelterreinen.

DRYOBALANOPS OIOCARPA Van Slooten, fam. Dipterocarpaceae. Kajoe kapoer, Sintek (o. bobneo). Het sintekhout, uitgevoerd uit de havens der Zuider- en Oosterafd. van Borneo, wordt, behalve van D. lanceolata Burck, afgeleid van deze soort, die op droogland- en uiterwaardgronden speciaal langs de rivieren voorkomt. Het Iichtroode kernhout staat bij de bevolking goed aangeschreven en wordt gebruikt voor balken, prauwen, huisraad, enz.; het leent zich niet voor zware constructies.

DUABANGA MOLUCCANA Bl., fam. Sonneratiaceae. Takir (jav.), Takèr (mad.), Arèt, Arès (minah.). Boomsoort, 25 tot 45 m. hoog, voorkomend in het oostelijk deel van den Maleischen Archipel en in Oost Java tusschen 300 en 900 m. zeehoogte. In de Minahasa staat dit hout zeer goed aangeschreven als licht, doch duurzaam en zeer geschikt voor planken. Het is wel zeer grof van draad en niet dicht van vezel, doch wordt door de inheemschen bij voorkeur gebruikt voor prauwen. Een afkooksel van den fijngemaakten bast tezamen met dien van Mallotes moluccana M. A. wordt op Halmahéra gebruikt om pandan-materiaal zwart te kleuren.

DURIO CARINATUS Mart., fam. Bombacaceae. Doerian boeroeng (sttm.o.k.), Doerèn paja (koeboe). Woudreus, in Sumatra soms lokaal in zeer groote hoeveelheden voorkomend in nietziltige moerassen. Het roodgrijze hout is evenals dat van de andere Durio-soorten niet duurzaam, doch wordt wel voor vloerplanken gebruikt. De sterke, duurzame bast wordt benut voor wandbekleeding en dakbedekking.

ECLIPTA ALBA Hassk., fam. Compositae. Keremak djanten (mal.), Goman (jav.), Daoen sipat (mal. mol.). Onaanzienlijk kruid met witte bloemen, dat zeer in trek is als inlandsch geneesmiddel en dus vrijwel tegen alle kwalen en ziekten wordt aangewend. De bladeren worden voorts ook als lalab gegeten.

EHRETIA MICROPHYLLA Lamk., fam. Borraginaceae. Kinangan, Patjaran, Seroet lanang (jav.), Pinaan (mad.). Opgerichte, 1—3 m. hooge heester, voorkomend in streken met krachtigen oostmoesson tot ± 400 m. zeehoogte, allerwege als medicijn gebruikt; op Ternate wordt een aftreksel als thee gedronken, de plant heet daar ook té.

ELAEIS GUINEENSIS Jacq. Werd in deel I (blz. 665) nog niets vermeld over den aanplant in den Archipel, sedert dien is deze met ongeëvenaarde snelheid ter hand genomen. De plant behoort thans tot de belangrijkste cultuurplanten van Sumatra. Zie verder onder OLIEPALM.

ELAEOCARPUS GANITRUS Roxb. (Aanvulling van deel I, blz. 665). De groote, volgroeide steenkernen zijn niet veel waard, doch op Java worden de kleine djenitri kunstmatig verkregen door de takken en zelf s den stam onder de vruchtstanden te ringen, waardoor de vruchten klein en de steenen gekorreld blijven. De groote moeilijkheid, het z.g. geheim van de Chineezen, die de boomen pachten, bestaat in het beperken van den sapstroom zoodanig, dat men 10 verschillende grootten krijgt, die een volledige sorteering moeten uitmaken.

ELAEOCARPUS GRANDIFLORA Smith, fam. Elaeocarpaceae. (E. lanceolata BL). Anjang- anjang (mal., soend., jav.). Laag vertakte boom tot 25 m. hoog, in W. en M. Java beneden 500 m. zeehoogte, tevens algemeen aangeplant. De schors, bladeren en vruchten zijn bitter en bevatten een stikstofvrije niet-glucosidische bitterstof, welke voor allerlei kwalen als medicijn wordt gebruikt. De vruchten zh'n herkenbaar aan de lange, naar één zijde gekromde, stompe stekels op den lichtstroogelen, houtigen steenwand.

ELEUSINE INDICA Gaertn. (Aanvulling van deel I, blz. 666). De ijzersterke stengels worden voor vlechtwerk gebruikt; zij worden in M. Java gedroogd, met de nagels gehalveerd, waarna het merg verwijderd wordt en de helften in 5—7 reepjes worden verdeeld. Er bestaan verschillende cultuurvormen, die opvallen door forscheren groei, grootere vruchten en aren; in Eng. Indië staan deze bekend als „ragi"; de forma corocana Hook.f. bezit tot 2 mm. groote vruchten en wordt in Eng. Indië op droge heuvels wel als graangewas verbouwd. Dit is eveneens het geval in het N. deel der Bataklanden en was het vroeger ook op Java.

ELEUTHERANDRA PES-CERVI v. SL, fam.

Flacourtiaceae. Gistang, Ketjintang, Peloepi bara (palemb.). Slanke boom van Sumatra en Borneo; door de bevolking wordt het witte, duurzame kernhout gebruikt voor stijlen van bruggen en huizen.

ELEUTHERINE AMERICANA Men-., fam. Iridaceae. (E. plicata Herb. Sisyrinchium Iatifolium Sw.). Bawang kapal (vuig. mal.), Ba wang sabrang, B. sijem (soend.), Brambang sabrang, Loeloewan sapi (jav.). Zeer sterk uitstoelend, ten slotte groote pollen vormend kruid,inheemsch in trop. Amerika; op Java op verscheidene plaatsen tusschen 600 en 1500 m. zeehoogte verwilderd, soms in groote hoeveelheden. De onderaardsche knollen worden o.a. als purgans, diureticum en braakmiddel aangewend.

ENDOSPERMUM, geslacht der Euphorbiaceae. Matig hooge boomen, waarvan verschillende soorten in Ned.-Indië bekend zijn. Het hout is licht en stijf, doch zacht, zoodat het practisch alleen b.v. voor masten gebruikt kan worden, indien inwatering kan worden tegengegaan. Het gebruik als medicijn staat vast, doch de deugdelijkheid van deze middelen moet alsnog gecontroleerd worden. De bladeren zijn een krachtig purgans. Verschillende soorten hebben holle stammen en takken, hetgeen reeds optreedt bij jonge,

55