is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1190

PALEMBANG—BATAVIA (STAD).

Palembang heeft jarenlang woningnood gehad, vooral toen de N.K.P.M. veel personeel naar Palembang overbracht. De gemeente heeft hierin echter voorzien door de oprichting van de N.V. „Volkshuisvesting te Palembang", welke verruiming van woongelegenheid bracht (in 1931 bouwde zij 32 Europeesche woningen; plannen voor een groot aantal inlandsche steenen woningen zijn gereed). Het ligt in de bedoeling langs dezen weg ook een einde te maken aan de onhygiënische toestanden, welke bestaan door bewoning van de zg. „kolongs", dat zijn de manshooge ruimten onder de woningen, welke op palen gebouwd zijn. De kolongbouw is sedert 1930 verboden.

Verder heeft de gemeente in 1932 een grondbedrijf opgericht ter voorziening in de behoefte aan bouwgrond. De betere gronden zijn nl. grootendeels door graven in beslag genomen, hoewel het begraven van lijken buiten de gemeentelijke begraafplaatsen reeds lang verboden was.

Het droogleggen der moerassige gedeelten is als onderdeel der kampoengverbetering eveneens in studie genomen.

Palembang is geen ongezonde stad. Malaria komt, ondanks de ligging aan het water weinig voor. Het sterftecijfer is er zelfs laag; in 1932 1.1%. Het klimaat is zeer vochtig. De nachten zijn doorgaans vrij koel. De gemiddelde temperatuur over het jaar is 27° C. De gemiddelde jaarlijksche regenval is 2573 mm. over 162 regendagen. De gem. regenval in de droogste maand Juli is 105 mm. en die in de natste maand December 346 mm.

Doordat het water in de kreken in den drogen tijd sterk verontreinigd is, kwam er te Palembang veel amoebendysenterie voor. Een verbetering van het grootste belang was daarom de aanleg van een drinkwaterleiding in de jaren 1929 —'31. Het is een rivierwater-zuiveringsinrichting op 3 Ilir, welke het water uit de Moesi oppompt en zuivert met snelfilters en verder langs ohemischen weg. De watertoren is een massaal bouwwerk ter hoogte van 35 m. De ruimte onder den mooien toren van gewapend beton is benut als kantoorruimte. Door aanbouw van twee vleugels, ieder met een verdieping erop, is een monumentaal raadhuis verkregen.

Het pasarbedrijf der gemeente verheugde zioh tot 1932 in een grooten bloei.

Er zijn twee groote pasars op 16 Ilir en 28 Ilir (Sekanak) en voorts enkele kleine pasars op 10 Ilir, 10 Oeloe en Kertapati. Bij Kertapati bevindt zich van oudsher een zg. waterpasar, waar honderden prauwen op de rivier onderling handel drijven.

Het electriciteitsbedrijf in de stad is in handen van de Ned. Indische Gas Mij.

Op het gebied van»onderwgs treft men ter plaatse aan: een Muloschool, 3 Europeesche lagere scholen, 3 HoUandsch-Inlandsche scholen, 1 Hollandsch-Chineesche school, 1 Schakelschool, 10 Inlandsche scholen 2de klasse, 3 Europeesche fröbelscholen en verder een serie particuliere volksscholen voor verschillende landaarden. Voorts zijn er enkele internaten voor schoolgaande kinderen, waarvan de voornaamste van de gemeente is.

De stad heeft 2 ziekenhuizen en 2 openbare poliklinieken. Een dier ziekenhuizen is het militair hospitaal in de bèntèng voor militairen, ambte¬

naren en onvermogenden. Het tweede is de R.K. Ziekenverpleging „Charitas" aan den TalangDjawa-weg.

Te Palembang zijn de meeste groote importeurs en banken van Java vertegenwoordigd door èen agentschap. Voorts treft men er aan het hoofdkantoor der Zuid Sumatra Staatsspoorwegen, en dat der Ned. Kol. Petroleum Mij, het kantoor der B.P.M. voor de gewesten Palembang en Djambi, de scheepswerf en de machinefabriek der Industrieele Mij „Palembang" (I.MP.fc welke tevens een winkel, boekhandel, drukkerij, plaatselijk nieuwsblad en een ijs- en limonadefabriek exploiteert; 4 ijs- en limonadefabriekeni enkele groote houtzagerijen, diverse rgstpellerijen en een rubberfabriek. De stad is voorzien van een vliegveld voor de K.N.I.L.M. en de K.L.M. Er zijn 3 hotels, een zwembad, een golf^ terrein, tennis- en voetbalvelden, een gemeentelijk ethnologiseh museum, een R.K. kerk, een Protestantsche kerk (een tweede is in wording, evenals een maconnieke tempel), een mooie groote moskee (dd. 1740) met minaret, een fraaie Chineesche tempel en diverse Moh. bedehuizen.

Met de buitenwereld is deze stad verbonden door K.L.M., K.N.I.L.M., stoomvaartlijnen naar Java, Singapore, Bangka, en Djambi, en door de Z.S.S., welke dagelijksche verbinding geeft met Java, via Oosthaven-Merak. In dit opzicht (verkeersverbindingen) is Palembang wel de meest bevoorrechte stad der buitengewesten. Met Java (Batavia) b.v. heeft zij, behalve de spoorverbinding, 3 K.P.M.-verbindingen per week en 3 luchtverbindingen per week (lijnen Batavia— Singapore, idem—Medan en Holland—Indië).

Ter plaatse verschijnen 3 nieuwsbladen, elk drie maal in de week, nl. het „Nieuwsblad voor de Residentiën Palembang, Banka en Djambi", het Maleische blad „Pertja Selatan" en het Chineesche blad in de Maleische taal: „Han Po".

Het gemeentelijke museum is ondergebracht in een typisch Palembangsch huis, inwendig fraai versierd met boutsnijwerk en Palembangsch lakwerk. Het bevat een goede ethnologische verzameling.

BATAVIA (STAD) (Vervolg van Dl. I en Dl. V of suppl. afl. 8, blz. 236). Het gebied van het tegenwoordige Batavia (de oude Stad met de Voorsteden of buitenwijken in 1933) heeft een oppervlakte van 155 km.' en ongeveer 465.000 inwoners. De bevolking bestaat uit ongeveer 33.000 Europeanen, 350.000 Inlanders, 75.000 Chineezen en 7000 andere Vreemde Oosterlingen (hoofdzakelijk Arabieren en Britsch Indiërs).

Gedurende den loop van haar bestaan zijn door de gemeente aangekocht de particuliere' landen Mèntèng, Gondangdia, Petodjo, Doekoe, Karet, Bendoengan en Kramat Lontar. Ten opzichte van deze landen verkeert de gemeente in de positie van landheer. Verschillende andere particuliere landen zijn voorts door het Gouvernement tot het landsdomein teruggebracht. Enkele van deze voormalige particuliere landen heeft het Gouvernement aan de gemeente in eigendom afgestaan.

Administratief is Batavia verdeeld in twee districten, Batavia en Weltevreden, en zes onderdistricten t.w. Manggabesar, Pendjaringan, Tandjoengpriok, Gambir, Tanahabang en Senèn (Ind. Stb. 1929 no. 2).