is toegevoegd aan je favorieten.

Frans Hemsterhuis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu mijn proefschrift voltooid is, dank ik in de eerste plaats U, hooggeleerde Huizinga, mijn hooggeachte promotor, voor de groote welwillendheid, waarmede ge steeds, als ik Uw hulp en voorlichting behoefde, mij terzijde hebt gestaan, zonder in het minst mij in mijn vrijheid te beperken. Dat in mijn studietijd de geschiedenis voor mij een zeer levend iets geworden is, dank ik voor een groot gedeelte aan Uw onderwijs en Uw voorbeeld.

Met groote erkentelijkheid gedenk ik ook de colleges van prof. dr. P. J. Blok, prof. dr. J. W. Muller, prof. dr. C. C. Uhlenbeck, prof. dr. N. van Wijk, prof. dr, S. de Vries, prof. dr. A. Eekhof en wijlen prof. dr. G. Kalff.

Een woord van dank ook aan prof. dr. H. T. Colenbrander, die mij het eerst den weg wees, die tot het onderwerp van dit proefschrift heeft geleid.

Tevens betuig ik mijn dank aan het Bestuur van het Fruinfonds, dat mij door een stipendium in staat stelde gedurende eenige weken een archiefonderzoek in te stellen in Munster i. W. De wijze, waarop prof. dr. L. Schmitz-Kallenberg mij dit onderzoek, dat aan mijn werk zoozeer ten goede is gekomen, vergemakkelijkt heeft, zal steeds bij mij in aangename herinnering blijven.

Tenslotte dank ik allen, die mij bij de samenstelling van dit werk op eenigerlei wijze hun hulp hebben verleend.