is toegevoegd aan je favorieten.

Om der waarheid wil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

met den Satan hier voor ons beschreven vinden. De voorstelling in deze twee plaatsen, de gedachtenvorm dezer twee stukken komt ons daarom voor Oud-Oostersch te wezen en ontleend te zijn aan 't Oud-Oostersche politieke — of wel hofleven, en dan wel rechtstreeks ontleend of langs den weg der mythologie. Het drukt o.i. onder meer de belangrijke waarheid uit, dat zelfs de Satan tegen de godvruchtigen niets kan doen, tenzij God, Almachtig het wil, een gedachte dus, die op één lijn ligt met 't woord van den Heiland in Joh. 10: 28 v.: „zij zullen niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand rukken. Mijn Vader is meerder dan allen en niemand zal ze uit de hand mijns Vaders rukken".

Bovenstaande bespreking van de aangehaalde schriftplaatsen is bedoeld als bewijs, dat wij niet klaar zijn, wanneer we op een bepaald schriftgedeelte steunen, maar dat het noodzakelijk is ons standpunt zoo te nemen, dat de geheele H. S„ 't woord Gods als geheel, door ons als grondslag van onze beschouwingen genomen wordt, zooals wij. Gereformeerden, dan ook plegen te doen, en dat het bovendien voor 't verstaan der H. S. noodig is, gebruik te maken van de kennis, die tot ons uit 't Oosten komt, want alleen dan verstaan wij bepaalde schriftgedeelten, wanneer wij die kennis ter verklaring gebruiken, wat ook niet verwonderlijk is, omdat de Bijbel als Oostersch Boek in, wat den menschelijken factor betreft, Oosterschen vorm tot ons is gekomen. Hiermede willen wij niet betoogen, dat de H. S. van begin tot einde in alle deelen enkel en alleen specifiek Oostersch zou wezen, alsof er niets algemeen menschelijks in zou zijn, integendeel de H. S. is grootendeels algemeen menschelijk, maar dit bedoelen wij ermede, dat verschillende schriftgedeelten alleen dan wat beter verstaan kunnen worden, als we van den Oosterschen gedachtenvorm tot den gedachteninhoud doordringen, waarvan die vorm 't vehikel is, en wel in dezen zin, dat wij uit den gedachtenvorm de leidende gedachte grijpen, die in dien vorm wel een gepaste, maar daarom nog niet bewijsbaar adaequate uitdrukking gevonden heeft. Wij kunnen met meer dan één stuk van 't O. T. niets begin-