Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

260

§ 133. De Kerk en de letterkundige renaissance.

in strijd (De libero arbitrio diatribe). E r a s m u s zag, dat bij zelf met zijn humanisme bijna vergeten werd in de verwarring der revolutie. Intusschen schreef bij voort. Naast zijn beroemdste geschrift, de Colloquia, gaf hij tal van klassieken, Kerkvaders en vertalingen uit. Hij was en bleef humanist. Geen zijner toenmalige werken doet vermoeden, dat de wereld in vlam stond. Zijn invloed had weinig meer te beteekenen. Te Leuven stichtte hij met anderen het Collegium Trillingue en had er zijn vrienden in Paludanus, Gaverius, Dorpius, Barlandus, Barsalus, Ceratinus en G o c 1 e n i u s ; in Holland J o a nnes Secundus. Nog moest E r a s m u s zien x), hoe het humanisme in Engeland, dat hij zoo lang had bevorderd, door den afval werd vertreden. Tal van groote, meestal kerkelijke mannen, hadden er gebloeid : zooals Robert Fleming, William Grocyn, Thomas Linacre; vooral de Zal. Thomas Morus (t 1535), die satyren, humor en ernst met zeer fijnen smaak wist te schrijven2); dan de Zal. Joannes Fischer (f 1535), die niet enkel een verdediger der Kerk, maar ook een vriend der wetenschap en der letteren was 3).

*) Erasmi Opp. Omnia emend. et auctiora, Lugd. Bat. 1702—1706 (11 Tom.) Desiderius Erasmus of Rotterdam, by E. Emerton, London 1899.

2) Bridgett, Life and Writings of Sir Thom. More, London 1892. Thomae Mori Opera Omnia, Francof. et Lipsiae 1689. Bremond, Thomas Morus, Paris 1904. H. Kautshy, Thomas More und sein Utopie, Stuttgart 1907.

8) A. Zimmerman S. J., Die Universitaten Englands im XVI Jahrh., Erganzh. St. a. ML. 1889.

Sluiten