Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 138. Luthers medehelpers en geschriften.

295

z i g e r en eenige Joden, den ganschen bijbel uit onder den titel: Biblia, d.i. de gantze heilige Schrijft, Deutsch. Mart. Luth. Wittenberg MDXXXIV1). Niet alleen was dit werk belangrijk voor de Hoogduitsche taal, maar tevens het krachtigste middel voor de ontwikkehng van het protestantisme. De vertaling is niet letterlijk, maar Duitsch ; de stijl helder, levendig, afwisselend en edel. Toch is de overzetting van Luther terecht veroordeeld door de Kerk. Vooral in Job, de Propheten en de Brieven heeft hij vaak den zin niet begrepen. Volgens W. Grimm2), moet zijn kennis van het Hebreeuwsch en zelfs van het Grieksch gebrekkig geweest zijn. Een groot aantal fouten kwamen voor. Dit zag reeds Hieronymus Emser3) en veel later Chr. C. J. van B u n s e n *). Al waren de meeste niet ingrijpend, enkele zondigden zwaar tegen de kerkelijke leer. Zoo b.v. schoof Luther bij Paulus (Rom. Hl, 28) : Arbitramur enim justificari hominem per fidem, sine operibus legis, na fidem het woord solam in. Niet welkom was hem de Brief van Jacobus, dien hij daarom „als een recht strooien epistel" uit zijn canon wierp.

9°. Van den Wartburcht gevlucht hernam Luther zijn revolutionnairen toon en dreigde de vorsten met het zwaard des burgeroorlogs, „dat hing boven hun hoofden." Ln Juh 1522 riep hij in een geschrift: Tegen den valschen geestelijken staat des Pausen en der bisschoppen, alle rechtgeaarde Christenen op, om de bisschoppen, „boden en stedehouders des duivels", te verdrijven. Kinderen Gods en ware Christenen moeten met hun hjf, hun goed en hun eer het bisschoppelijk bestuur uitroeien. „Onder de Christenen zal geen overheid zijn", zeide Luther in zijn schotschrift: Van wereldlijke overigheid (1523). De vorsten noemde hij „de grootste dwazen en ergste deugnieten op aarde", aan wier „dwingelandij God een einde wil maken".

10°. Litusschen was L e o X overleden (1522) en had tot op-

*) Tien edities had de vertaling tijdens zijn leven ; tot 1580 zelfs 38, en 72 van het N. T. ; later ontelbare malen.

2) Kurzgefasste Geschichte der lutherischen Bibelübersetzung, Jena 1884, S. 35—36.

3) Auss was Grund und TJrsach Luthers Dolmatschung dem gemeinen Mann billich verbotten worden sey, Leipzig 1533.

*) F. Nippold, Chr. J. v. Bunsen, Leipzig 1871, B. III, p. 483.

Sluiten