Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

§ 139. Boerenkrijg.

heid, bloedvergieten en doodslag zou volgen. Ten slotte kwam een edict tot stand, dat beide partijen moest bevredigen. Zooveel mogelijk zou men volgens keizerlijk bevel het edict van Worms naleven ; men verlangde naar een algemeene synode; toch zou men over de bestreden geloofspunten niet de beslissing der synode afwachten, maar een vergadering te Spiers den 11 November daarover beraadslagen en beslissen. Niemand was natuurbjk met dit besluit tevreden. Terstond teekende de legaat en later de Paus verzet aan tegen de vergadering van Spiers, die wilde vonnissen over „de algemeene synoden en de HH. Vaders." Ze kwam gelukkig niet tot stand. Reeds voordat de keizer (15 Juli 1524) deze bijeenkomst verbood, had C a m p e g i o (6 Juh) de overeenkomst te Regensburg bewerkt, waarbij aartshertog Ferdinand, de hertogen Willem en Lodewijk van Beieren en 12 Zuidduitsche bisschoppen zich verphchtten, het edict van Worms streng te onderhouden, kettersche geschriften te onderdrukken en voor een heilzame hervorming te werken. Te dien einde gaven zij de Gonstüutio ad removendos abusus et ordinatio ad vitam cleri reformandam uit*).

Het minste was Luther over het besluit van den rijksdag van Neurenberg te spreken. In woedenden toorn gaf hij het met een voorbericht en een slotwoord in het hcht, schold den keizer en de vorsten leugenaars, wilde dieren; vermaande het volk niet tegen den Turk te strijden, „wijl deze tienmaal wijzer en vromer" was' en bad ten slotte, dat God hen mocht verlossen en uit barmhartigheid andere regenten geven. Hoe kan iemand, die aldus schrijft, zeggen, „dat hij het volk niet aanhitst tot opstand tegen de geestehjke en wereldlijke overheid ?"

§ 139. Boerenkrijg.

Janssen, Geschichte des deutschen Volkes, II Band (XVII —XVIII Aufl. v. L. Pastor), S. 419—623. Schreiber, Der

») Dittrich, Hist. Jahrb. der Görresges., B. V. 335 ff. ; 382 ff. Janssen— Pastor, III, 360 ff.

Sluiten