Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 140. Inrichting der landskerken. Rijksdagen.

311

had Luther Carlstadt verdreven, die de viering van het avondmaal alleen als een herinnering aan den dood des Heeren beschouwde en dit trachtte te bewij zen met de bemerking, dat Christus bij het uitspreken der woorden : Hoe est corpus meum, op zichzelf had gewezen. Deze leer had Zwing li overgenomen, verklarend, dat Hoe est wil zeggen : Dit beteekent. Luther daarentegen bleef altijd vasthouden aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament, omdat de tekst hem dwong. De verklaring vond hij in zijn leer der impanatie en ubiquiteit. Luther en Melanchthon verzetten zich aanvankelijk tegen de uitnoodiging naar Marburg. Want dat Zwingli zich zou bekeeren, kon Luther niet hopen. „Nog nooit", zoo schreef hij, „is iemand die een valsche leer heeft uitgevonden, bekeerd. Christus zelf heeft niet de hoogepriesters, maar alleen hun leerlingen gewonnen." Des te gretiger namen de Zwinghanen het voorstel aan. Het spreekt van zelf, dat noch Luther noch Z w i n g 1 i zich te Marburg gewonnen gaf. Het godsdienstgesprek miste zijn doel; of liever de verbittering en de tegenstelling der partijen nam toe. Philips van Hessen daarentegen werd Zwingliaan en sloot een verbond met de Zwitsers. Hij beoogde het herstel van Ulrich van Wurtemburg en een Evangelisch keizerrijk. Dit zou worden opgericht met de hulp van Venetië, Frankrijk en de Turken.

8°. Terwijl de Duitsche stenden te Spiers een voor Duitschland zeer nadeehgen rijksdag hielden, verbet de Sultan Constantinopel, veroverde Hongarije en sloeg het beleg voor Weenen, dat zich echter dapper verdedigde. Karei V richtte, na de overwinning in Itahë, zijn schreden naar Duitschland. Reeds kwamen hem de gezanten der protesteerende stenden te Piacenza tegemoet, om zich te rechtvaardigen, maar ze werden niet vriendelijk ontvangen. Den 21 Januari 1530 had de keizer de stenden tot een rijksdag te Augsburg uitgenoodigd, die den 8 April zou beginnenx). Alles wat de Protestanten kon stooten, was in het schrijven vermeden en aUeen gewezen op het gevaar der Turken en den vrede. Intusschen wapende Philips van Hessen met zijn bondgenooten zich tot een oorlog tegen den keizer. Hij hoopte op de hulp van Frankrijk en Venetië en op verovering van Weenen door.

*) Brieger, Zur Geschichte des Augsburger Reiehstages, Leipzig 1903. Schornbaum, in Zeitschr. f. Kirchengesch. 1905, S. 142 ff.

Sluiten