Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

330 j

142. Vrede van Augsburg (1555) en vrede van Munster (1648).

dat jaar bezitter was van kerken, scholen, kloosters en de daartoe behoorende goederen, zal het bhjven. Het reservatum ecclesiasticum gold dus voor beide belijdenissen : de protestanten behielden de goederen van 2 aartsbisdommen, 14 bisdommen en 6 abdijen ; de katholieken daarentegen bleven in het veilig bezit van 4 aartsbisdommen, 20 bisdommen 8 abdijen en de twee vorstendommen der Teutoonsche ridders en der orde van St. Jan. b. Het jus reformandi was voor alle stenden, met uitzondering der steden, gelijk. Een ieder mocht echter blijven in den godsdienst, dien hij openhjk uitoefende in 1624. Hetzelfde werd bepaald aangaande de consistoriën, predikanten en onderwijzers (annexa religionis). c. Gold de religievrede van Augsburg tot dan toe enkel voor Kathoheken en Lutheranen, in de toekomst zouden ook de Calvinisten van den vrede genieten, d. In het keizerlijk gerechtshof zouden van de 4 presidenten 2 protestant en 2 katholiek, van de 48 leden de ééne helft kathohek, de andere protestantsch zijn. e. Op de rijksdagen zou het jus eundi in partes gelden ; d. w. z. in kerkelijke zaken zal men niet met meerderheid van stemmen beslissen, maar door een vreedzame overeenkomst tusschen beide partijen (Corpus Evangelicorum en het Corpus Catholicorum).

Gedurende 130 jaren had de kathoheke Kerk in Duitschland zware verhezen geleden, die door den vrede van Munster officiéél werden erkend en bezegeld. De pausehjke nuntius Eabio Chigi (later Alexander VII) teekende den 26 October 1648 verzet aan tegen al wat de vrede voor de kathoheke Kerk nadeeligs inhield. Denzelfden dag onderteekende Innocentius X de bul Zelo domus Dei en verklaarde de schadehjke artikelen ongeldig en onrechtvaardig. Met dit protest vervulde de Paus een duren phcht. Hem daarvan een verwijt te maken, is onverstandigx). Reeds te voren echter hadden de vorsten een mogelijk protest afgewezen : „Contra hanc transactionem.... nulla jura canonica.... aut concordata cum Pontificibus.... unquam allegentur" 2).

x) Memel, Neuere Gesch. der Deutschen, IV, S. 268. 2) Acta Pacis Westph. publ. VI, 128 ff. art. XVII, 3.

Sluiten