Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338

§ 145. Calvinisme in Frankrijk.

§ 145.

Calvinisme in Frankrijk.

Serrani, Comment. de statu religionis et reipublicae in regno Galliae, 4 Tomi, Genevae 1572 s. Theod. de Beza, Histoire ecclésiastique des églises réformées au royaume de France (tot 1563). Anvers 1580. Coignet, La Réforme francaise avant les guerres civiles (1512—1559), Paris 1890. Imbart de la Tour, Les origines de la Réforme, Paris 1904. O. de Félice, Histoire des protestants de France, VHIe éd., Toulouse 1895. E. Lavisse, Hist. de France depuis les origines jusqu'è, la Révolution, Tom. V (1492—1559) par H. Lemonnier, Paris 1903 ; Tom. VI par Mariéjol, Paris 1904 ; Tom. VII, Paris 1905. Richter, Die padagogische Lit. in Frankreich wahrend des XVI Jahrh. I: Die Katechismen, Leipzig 1904. Hanotaux, Hist. du card. de Richelieu, 2 vols. Paris 1896—1903. Dr. W. Platzhoff, Frankreich und die deutschen Protestanten (1570—1573), München-Berlin 1912. Fouqueray S. J., Hist. de la Cömp. de Jésus en France, Tom. 1—5, Paris 1913—1925.

1°. Het protestantisme drong het eerst Frankrijk binnen in Luthersche geschriften en vond tal van mvloedrijke personen gunstig gestemd. Onder bisschop Willem Briconnet ontstond omstreeks 1520 een Luthersche gemeente te Meaux, die door Le Fèvre1), FarelenLe Clerc werd onderricht. Reeds in 1523 echter vond de Sorbonne 48 dwalingen in hun Epistelen en Evangehën, waarop enkelen werden gestraft, anderen echter ontvluchtten. Wel trachtten ook later nog Butzer en Melanchthon zelf hun invloed te doen gelden en een dispuut uit te lokken met de Sorbonne, maar zij slaagden niet, evenmin C a 1 v ij n. In 1530 stelden de Waldenzen in Frankrijk, Zwitserland en Itahë zich met de protestanten in verbmding en veroorloofden zich weldra allerlei gewelddadigheden. Ofschoon die beweging in 1544—1545 door O p p è d e werd onderdrukt, drongen toch altijd nieuwe kettersche boeken het land binnen. Allengs echter moesten de Lutherschen wijken voor de Calvinisten, die in Frankrijk den naam van Hugenoten ontvingen 2). Tot bloei kwam de sekte voorloopig niet, omdat ook Hendrik n (1547—1559), zooals zijn voorganger Frans I, de ketters wel in het buitenland begunstigde,

1) O. van Proosdij, J. le Fèvre d'Etaples, voorganger van Calvijn, Leiden 1906.

2) De afleiding is onzeker : Eigenots (eedgenooten), Huguenot (nachtspook), Duganau (in 't Provencaalsch een nachtuil).

Sluiten