Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

366

§ 149. Hervorming in de Nederlanden.

tegenover die van Duifhuis, die door de regeering gesteund werd1). Eerst in 1580 kreeg de gereformeerde kerk de overhand in Friesland. Zooals overal werden ook hier de goederen der katholieken genaast. Te Sneek hield men de eerstê synode. Lodewijk van Nassau stichtte in 1585 een hoogeschool voor predikanten te Franeker.

Reeds vroeg had men onder de Calvinisten voorstanders eener strengere richting ontwaard en anderen, die een rekkelijker meening verdedigden. Li de eerste synode stonden deze scherp tegenover elkander. Oldenbarneveld wilde in 1590 de Hollandsche kerk organiseeren in overleg met gematigde predikanten van beiderlei partij, maar werd sedert door de strengen als het hoofd der „libertijnen" beschouwd. Kon men in vele punten het eens worden, de strenge leer der praedestinatie gaven de gematigden niet toe. Onder hun leiders muntte sedert 1588 Jacob Harmensz of Arminius 2) uit. Hij werd in 1602 tot hoogleeraar benoemd te Leiden, waar reeds de strenge Gomarus hetzelfde ambt bekleedde. Moeilijk kon deze verdragen, dat Arminius het stelsel van C a 1 v ij n en B e z a aantastte en het goede van St. Thomas en zelfs van de Jezuïeten Suarez en Bellarminus aanwees. Dit zette ook elders kwaad bloed, wijl de strenge richting onder de predikanten der zeven provinciën'verreweg de meerderheid had. In 1605 richtten de noord- en zuidhollandsche synoden aan de Staten-Generaal het verzoek eene nationale synode te houden. De regeering stelde een commissie van advies in, waarop een zóó hevige strijd ontstond, dat de Staten-Generaal weinig lust gevoelden in het bijeenroepen eener woelige nationale synode. De conferentie van 20 Augustus 1609 te 's-Gravenhage, waar Gomarus en Arminius hun richting en standpunt verdedigden, bracht geen vrede. Ook na den dood van Arminius (October 1609) duurde de strijd voort, te heviger, wijl de Arminianen in hooger gunst stonden bij de Staten. Het regende boeken en pamfletten. Li 1510 vergaderden de laatsten te Utrecht en kwamen onder leiding van Uijtenbogaert8) tot het besluit, eene door dezen na overleg met Oldenbarneveld opgestelde „Remonstrantie" bij

x) P. L. Muller, De partijstrijd te Utrecht over de nadere Unie. Uit P. L. Müüer's Verspr. Geschriften, uitgeg. door Blok en S. Muller, Leiden 1906, bl. 204 vv.

a) J. H. Maronier, Jacobus Arminius. Een biografie, Amsterdam 1905.

*) Rogge, Johannes Uijtenbogaert en zijn tijd (3 deelen), Amsterdam 1874—1875.

Sluiten