Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

368

§ 149. Hervorming in de Nederlanden.

sprak ten slotte het doemvonnis over hen uit. Omstreeks 200 werden afgezet, 80 verbannen. Omtrent 40 sloten zich aan bij de Gomaristen, eenigen bij de Kathoheken. Tot de verdrevenen behoorden G. J. Vossius, Barlaeus, Bertius en Episcopius, die den strijd niet opgaf. Alleen de leer van Dort zou voortaan den twijfelenden tot richtsnoer mogen strekken. Nauwelijks was de synode gesloten, of Oldenbarneveld, die reeds in Augustus 1618 was gevangen gezet, hoorde 12 Mei 1619 het doodvonnis tegen zich uitspreken, dat reeds den volgenden dag werd voltrokken x). Hugo de Groot, eveneens gevangen gezet, ontkwam door de vlucht2).

10°. Terwijl het strenge Calvinisme zich aldus handhaafde en zich gedroeg alsof het alleen recht van bestaan had in Nederland, werd het katholicisme 3) beleden door meer dan % der bevolking en bleef in de meerderheid tot ver in de XVH eeuw. Nog in 1587 werd officieel erkend, dat het tiende deel der ingezetenen niet was van den gereformeerden godsdienst. De oorzaken van den gedurlgen achteruitgang zijn algemeen bekend. Had eenerzijds de oprichting der nieuwe bisdommen (1559) te Middelburg, Haarlem, Deventer, Leeuwarden, Groningen, 's-Hertogenbosch en Roermond geen tijd om vruchten te dragen, anderzijds was de keuze der eerste bisschoppen over 't algemeen niet gelukkig en stelde de gekoesterde verwachting te leur. Hiervan was het gevolg, dat de treurige toestand der geestelijkheid voortduurde. Bij velen leidde het ergerlijke leven tot afval van het geloof, waarin dan niet zelden de gansche parochie werd medegesleept. Onder de leeken, vooral in de steden vond men tal van onverschilligen, besmet met den ongodsdienstigen geest der heidensche renaissance, die ook ten onzent het eenvoudige geloof bij velen verzwakt had. Een der hoofdoorzaken echter waarom het aantal kathoheken tijdens de repubhek betrekkelijk aanhoudend venninderde, was de voortdurende verdrukking 4), waaronder het Katholicisme gebukt ging. De vervolging der Kerk aam een aan-

*) Waaragtige 'Hist. van J. van Oldenbarneveld, Rotterdam 1670. Kroniek van het Bist. Genootschap, 1874, bl. 134 v. Blok, deel IV.

2) Brandt—Cottenburg, Historie van het leven des heeren H. de Groot, Dordrecht 1727, 2 deelen in fol.

*) Fruin, Wederophiiking in Verspreide Geschriften, III, bl. 249 w.

*) Knuttel, Toestand der Nederlandsche katholieken ten tijde der Repubhek, 's-Gravenhage 1892—1894. Vgl. De Katholiek (1892), D. 101, bl. 405 w. ; (1895) D. 107, bl. 216 w. (Brom). Studiën, Deel 39 <1892), bl. 161 w. (Allard).

Sluiten