Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

Kerkelijke wetenschap en kunst. Kerkelijk en zedelijk leven.

§ 158.

Kerkelijke wetenschap.

Hurter, Nomenclator literarius theologiae catholicae, Tom. I ss. 2 ed. Oeniponte 1892 ss. 3 ed. 1903 ss. Turmel, Histoire de la théologie positive du concile de Trente au concile du Vatican, Paris 1906. Dejob, De 1'influence du concile de Trente sur la littérature et les beaux arts chez les peuples catholiques, Paris 1884. Wemer, Geschichte der apologetischen und polemischen Literatur, Bd. IV, Schaffhausen 1865, Dezelfde, Geschichte der katholischen Theologie in Deutschland, 2 Aufl., München 1889. Féret, La faculté de théologie de Paris et ses docteurs les plus célèbres. Epoque moderne, Vol. I—III, Paris 1901—1904. L. G. Ceracchini, Fasti teologaü owero notizie istoriche del collegio dei Teologi della saera universita fiorentina, Firenze 1738. Hézard, Histoire du catéchisme depuis la naissance de 1'Eglise etc. Paris 1900.

1°. De hernieuwde levenskracht, welke zich door de ware hervonrting uitstortte in alle geledingen der Kerk, openbaarde zich niet het minst in den wehgen bloei der kerkehjke wetenschap. Een reeks van oorzaken werkte hiertoe mee. Het religieuze leven, dat lang krank neder lag, stond genezen weer op. De oude orden ontwaakten tot een krachtig bewustzijn van haar phcht. Van de nieuwe stelden zich eenige aan het hoofd der wetenschappelijke beweging. De alom ontwakende ijver greep ook de seculiere geestehjkheid aan. Wetenschappehjk toegerust trok men het eerst op tegen het protestantisme, dat de talentvolle mannen uitdaagde zoowel tot den aanval als tot verweer. De zekere uitspraken der kerkvergadering van Trente gaven niet alleen moed en vertrouwen aan de strijders, maar ook eenheid en de juiste richting in den strijd.

Sluiten