Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450

§ 159. Kerkelijke kunst.

De schilderkunst1) bereikte een zeer hoogen bloei, vooral in Itahë, waar men drie scholen aantrof. De stichter en het hoofd der Lombardische school was Lionardo da Vinei2) (f 1519), een der grootste en veelzijdigste genieën van zijn tijd. Hij muntte uit door teekening, compositie, coloriet, grootsche opvatting en smaak : het beroemde Avondmaal. Hem volgden L u i n i (t 1533), Fra Bartolommeo (t 1517), Sodoma3) (t 1549) en anderen. De grootste meester der Florentijnsche school was Michelangelo, grootsch en stout in zijn opvattingen, meester van het perspectief en zeer subjectief : Fresco's in de Sixtijnsche kapel 4). Tot dezelfde school behoorden Del Piombo(t 1547) en A n d r e a del Sarto(t 1531); de annuntiatie. In de Romeinsche school stond de onvergehjkehjke Rafaël5) (1483—1520) bovenaan. Bij hem vereenigde zich de verheven opvatting en het innig gevoel met een groote kracht en schoonheid in de voorstelling : Stanzen, vooral Disputa en School van Athene, Villa Farnesina, Sposalizio, Madonna di Foligno, Cecilia, Lo Spasimo, Sixtijnsche Madonna, Madonna del Granduca, portret van Julius II, enz. enz. Na zulke meesters moest deze richting dalen6). Bekend waren nog Giulio Roma n o (f 1546), Caravaggio (f 1543) en anderen. Ook de school van Ferrara-Parma had zeer goede meesters o. a. C o r r e ggio (f 1534), de meester des lichts: de H. Nacht. Te Venetië bloeiden Giorgione (t 1510), Palma Vecchio(t 1528), maar vooral Tiziano (1477—1576): Cijnspenning, Assumptio, Madonna van Pesaro enz. Tintoretto(f 1594) hield de kunst te Venetië hoog, toen ze elders verviel. Ook Paolo Veronese (•j-1588) muntte uit door gevoel van coloriet. In Nederland 7) bleef de schilderkunst inniger met het volksleven verbonden. Den overgang tot de nieuwe kunst vormden Quinten Massijs (t 1530),

*) T. de Wyzewa et X. Perreau, Les grands peintres des Flandres, de la Hollande, de 1'Italie et de la France, Paris 1890. Dezelfde, Les grands peintres de 1'Allemagne, de la France (période contemporaine), de 1'Espagne et de 1'Angleterre, suivi de 1'histoire sommaire de la peinture japonaise, Paris 1891.

*) Müntz, Léonard de Vinei, Paris 1899.

3) A. Jansen, Leben des Soddoma, Stuttgart 1870.

*) Steinmann, Die Sixtinische Kapelle, 2 Bde. München 1891—1896. M. Spahn, Michelangelo und die Sixtinische Kapelle, Berlin 1907.

8) MingheUi, Raffaello, Bologna 1885. Müntz, Raphaël. Sa vie, son oeuvre et son temps, 2 éd., Paris 1885.

6) Springer, Baffael und Michelangelo. 2 Bde. 2 Aufl., Leipzig 1883.

') C. Ed. Taurel, De christelijke Kunst in Holland en Vlaanderen, Amsterdam 1889.

Sluiten