Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 164. Ongeloof en voorbereiding tot de revolutie.

505

partij schreef Lardner1). Niet zoo driest als Hobbes trad de wijsgeer John Loeke 2) (f 1704) op. Aan het menschehjk kenvermogen schreef hij enkel de kracht toe met de zinnen waar te nemen en het aldus gekende tot zekere eenheid te brengen. Een wijsgeerige grond, om de geestelijkheid der ziel te bewijzen, is voor hem niet zeker. Evenzeer twijfelt hij aan de kracht van het bewijs voor het bestaan van God. Deze bemoeit zich niet met de wereld. De revelatie heeft slechts één dogma, namelijk, dat Christus de Messias is. Dit kan echter de geloovige verklaren in den zin, dien hij goed vindt 3). Geen wonder, dat zijn leerlingen tot scepticisme en materialisme vervielen. Locke's vriend, Shaftesbury (t 1713), bewoog zich bijzonder op zedelijk terrein en beweerde, dat men zonder het geloof aan God, zonder rebgie deugdzaam en zedehjk kon wezen, maar ook dat de eischen der zinnelijkheid met de rede volstrekt niet in strijd waren. Zeer consequent ging Collins (t 1729) voort op dien weg. Hij ontkende alle geheimen des geloofs en alle wonderen, ook die der H. Schrift en noemde zijn rehgiegenooten het eerst „vrijdenkers" 4). Dezelfde denkbeelden verspreidde Chubb (t 1747) onder de lagere standen, terwijl John Bolingbrokc (f 1751) het deïsme ingang deed vinden bij de hoogere wereld.

3°. Li Engeland kwam ook de orde der vrijmetselaars op, die zóó veel gewerkt heeft aan de ondermijning van den godsdienst en de maatschappehjk orde 5). Over den oorsprong der orde hebben zelfs haar leden te goeder trouw of met opzet verschülend geschreven. Haar ontstaan leidde men af van S a 1 o m o n, van de Phoenicische metselaars, van de oude Egyptenaren of ten minste van de Tempeliers. Om dit laatste te staven, werden omstreeks 1740 in Frankrijk zelfs valsche documenten in omloop gebracht en een reeks van geheime grootmeesters verzonnen tot aan J a c q u e s de M o 1 a y. De ware stichting der orde ligt echter dichter bij ons.

x) N. Lardner, De geloofwaardigheid der evangeligeschiedenisse of de voornaemste zaeken v. het N. Test. bevestigd door plaetsen van oude schrijveren. Uit het Engelsch d. K. Westerbaen, Utrecht 1730—1739.

s) Hertling, John Locke und die Schule von Cambridge, Freib. 1892.

*) Zijn hoofdwerk : An essay concerning human understanding, London 1690, trad. franc. Amsterdam 1700, 1735, 1774.

4) A. Collina, The Scheme of literal profecy considered in a view of the controversy, London 1726, 2 Tom.

s) Findel, Geschichte der Freimaurer, 7 Aufl., Leipzig 1900. R. Doumic, La francmaconnerie est-elle juive ou anglaise f Paris 1906.

Sluiten