Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

Religieuze orden en congregaties. Btjttenlandsche missiën. § 177.

Religieuze orden en congregaties.

Otto Braunsberger, S. J., Rückblick auf das katholische Ordenswesen in XIX Jahrhundert. Erganzungsheft zu den Stimm. a. M.-L. 79, Freiburg i. Br. 1901. Dr. Max Heimbucher, Dié Orden und Kongregationen der katholischen Kirche, 2 Aufl. III Band, Paderborn 1908.

1°. Nauwelijks is er een eeuw aan te wijzen, zoo rijk aan religieuze roepingen en stichtingen als de negentiende. De vernietiging der kloosterorden werd door de XVIH eeuw begonnen en door de Fransche revolutie zoo goed als voltooid. Maar de oudere orden herstelden zich allengs, een ontelbare menigte nieuwe congregaties ontstond en nam een gedeelte van den arbeid over of schiep een nieuwen werkkring naar de behoeften des tijds. Veel talrijker waren dan ook de rebgieuzen op het einde der XIX, dan op het einde der XVIII eeuw, hoewel de meeste oudere orden de vroegere uitbreiding nog lang niet hadden bereikt.

2°. Nauwelijks 30 abdijen van de Benedictijner orde x) hebben de Fransche revolutie overleefd, bijna alle van de congregatie van Monte Cassino. Thans telt de orde meer dan 156 kloosters met meer dan 5500 Benedictijnen. Ze bestaat uit verschillende congregaties, die sedert 1893 onder een abt-primas zijn vereenigd.

De orde der Cisterciënzers is het talrijkst in de strenge hervorming der Trappisten, die op het einde der XVIII eeuw slechts vier, nu omstreeks 60 kloosters telt met 3500 leden 2).

1) Revue de la Suisse catholique, Fribourg 1897. Statistique monastique, s. patriarchae Benedicti familiae confoederatae, Monte Cassino 1894. Dom Guéranger abbé de Solesmes par un moine Bénédictin de la Congrégation de France, 2 vols, Paris (1909).

2) Oh. Egremont, L'Année 1899, p. 26.

Sluiten