Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 180. Kerkelijke kunst.

601

Daarom ging men in de XIX eeuw, bij gebrek aan een nieuwen stijl, naar bet oude terug. Bijna aUe oude vormen hebben de eclectische kunstenaars gebruikt. S c h i n k e 1 (f 1841) trachtte de Grieksche bouwkunst in een kerkebjken stijl der XIX eeuw om te scheppen. Siebland bouwde de heerhjke Bonifatiuskerk te Münohen in basiliekstijl. A. Hardegger volgde zelfs de stijlen van Ravenna in de Lieve-Vrouwekerk te Zürich. Toch kreeg weldra de romaansche en gothische bouwkunst de overhand. Vooral voor de laatstgenoemde ontstond een vurige vereering, die door tal van groote geleerden en kunstenaars werd opgewekt en bevorderd. Dj. Frankrijk schreven voor de gothiek R i o en M o ntalembert1); in Duitschland bijzonder August Reichensperger, bijgestaan door Görres en B o i s s e r é e 2). Als bouwmeesters der gothiek zijn beroemd geworden : V i o 11 e t1 e-D u c, die nog meer naam verwierf door zijn boeken 3) ; H. F e r s t e 1 door de Votivkirche te Weenen, Z w i r n e r, door de voltooiing van den Keulschen dom 4); verder de bouwmeesters Gartner te München, Sohmidt te Weenen. In Engeland stond P u g i n aan het hoofd der beweging. Wellicht is de herleving der gothiek nergens zoo bloeiend geweest als in Nederland. Terwijl Alberdingk Thijmende schrijvers van het Oildeboek5) die kunst aanprezen en beschreven, het Sint Bernulphusgilde ze krachtig beschermde, zorgde de geniale Dr. P. J. H. C u y p e r s voor de practische uitvoering, schonk aan het herlevende kathoheke Nederland een groot aantal heerlijke gothische kerken en heeft thans verschülende talentvolle leerlingen. Wel heeft men in de laatste jaren naar een nieuwen kerkelijken bouwstijl uitgezien, maar nog weinig heeft zich vertoond, dat los is van het oude en tevens aan praotijk en aesthetica voldoet. Toch geeft menig talentvol kunstenaar hoop voor de toekomst.

2°. De beeldhouwkunst vond weinig groote beoefenaars. De eerste was de beroemde Venetnian Antonio Canova (f 1822),

1) Montalembert, Du vandalisme et du catholicisme dans l'art, Paris 1839.

2) De lijst der ontelbare geschriften van Reichensperger bij Pastor, Aug. Reichensperger, Freib. 1899, II Band, S. 449—474.

*) P. Clemens, Die Denkmalspflege in Frankreich, Berlin 1898. *) Ennen, Der Dom zu Köln, Köln 1880.

5) Tijdschrift voor kerkehjke kunst en oudheidkunde, uitgegeven door het Sint Bernulphus-gilde te Utrecht, Utrecht 1872—1877.

Sluiten