Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

ten. Dat de sociologie in haar huidig ontwikkelings-stadium ons veelal nog niet geeft, wat wij gaarne zouden willen ontvangen, moet worden erkend. Zij is als zelfstandige tak van onderzoek jong, en heeft eenige voordeden en gebreken der jeugd; frischheid van belangstelling en zelfvertrouwen, maar ook gebrek aan kritiek, te snel generaliseeren, veel praten over, wat zij eigenlijk wil en moet en kan en hoe zij dat zou moeten doen. De wetenschap van het positieve staatsrecht is al wat bezadigder, is meer doorgewinterd, heeft al meer teleurstellingen doorgemaakt, en ervaringen verzameld. Vandaar, dat een zeker wantrouwen, een zich voorzichtig op een afstand houden bij haar begrijpelijk is. Maar ten slotte hebben wij aan de eischen van het onderzoek te gehoorzamen. Wij behoeven, neen, wij mogen onze kritiek en onze beproefde ervaringen nimmer prijs geven; maar wij moeten niet onze oogen stijf dicht knijpen of opzettelijk een anderen kant uit gaan zien, omdat op het nieuw ontgonnen gebied wat avontuurlijker wordt huisgehouden, dan wij op het ons vertrouwde s gewoon zijn geworden. Laten wij liever bedenken, dat onze groote voorgangers, een Mj^ejsguieu, een„„Mj!cchjajgJliïl, een Aristoteles geen_s&l^ding. ^^^^^„t^sschen^ wat wij nu staj^sxej^ehïkjg; en wat wij cjojtectiej^ beschouwingen zouden noemen, en dat daarom in de staatsrechts-dogmatiek heel wat collectieve .psycholagipr ligt verborgen. Wij moeten van de ongeordende ruwe empirie trachten te komen tot met bewustheid van doel en middelen, dus met strenge methode verwerkte kennis. Dat stelt ons soms voor de noodzakelijkheid om zelf een onderzoek ter hand te nemen, dat op de grensgebieden ligt. Dat moet worden aanvaard; het einddoel eischt het, en is het waard.

Mijne Heeren Curatoren dezer Universiteit.

Bij de aanvaarding van mijn ambt zeg ik U dank voor het bewijs van vertrouwen, dat gij door Uwe voordracht mij

Sluiten