Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

Prins en Bossu wordt weer onderscheiden tusschen „les assises de plusieurs villes" en „les moyens généraux". Ook later — vgl. b.v. Gr. Plb. III, blz. 1107 — onderscheidde men ,,'s Landts ge„meene middelen, Impositiën, mitsgaders de accysen en particu„len die de steden by Octroy sijn heffende".

En als in 1579 de Noordelijke provinciën een afzonderlijke unie stichten en dan wederom een gelijksoortig stelsel van generale of gemeene middelen construeeren, komen daarop voor (art. 5) „seeckere imposten op allerhande wynen, binnen ende buyten „gebrouwen bieren, op 't gemael van Coorn ende Greyn, op 't „zout, gouden, silveren, syden ende wolle laeckenen, op de Hoorn„beesten ende Besaeyde landen, op de Beesten, die geslacht „worden, Peerden, Ossen die verkoft ofte verpangelt worden, op „de goeden ter wage komende, ende alsulcke andere, als men „naermaels by gemeen advys ende consent goet vinden sal."

Volgens art. 9 sal men geen Oorlog of vrede maken, noch eenige Imposten of contributie instellen, de generaliteit aangaande, dan met gemeen consent.

Ten slotte — daaruit blijkt ook zeer goed, dat onder imposten bijzondere belastingen werden verstaan — bepaalt art. 18, dat de eene provincie, enz. tot last van d'andere en zonder gemeen consent geen imposten, convoy-gelden (invoerrechten), noch andere diergelycke lasten mogen heffen 12).

In art. 7 komt zelfs het woord n. m. m. voor als synoniem van accijns en in den zin van verbruiksbelasting. Het bepaalt, dat de garnizoenen van genen excys (d.i. dus de plaatselijke heffing) of te impost (d.i. de als landelijk bedoelde, maar inderdaad provinciale) heffing exempt zullen wezen enz.

Het woord impost is verder schering en inslag in de Groot placcaat boeken. Soms wordt het gebruikt in algemeenen zin, in den regel in een specialen, in beiderlei vorm in den gewonen OudHollandschen wijdloopigen trant, die ten deele ook dient om eigen onzekerheid over de beteekenis van een woord te verbergen.

Zoo leest men (Gr. Plb. IV, 762) middelen en contributiën, hetzy op den naem ende by forme van imposten, accynsen, ongelden 13) of andere, hoedanigh die souden mogen wesen.

12) Deze bepaling is nimmer in praktijk gekomen. Enkele pogingen (o.a. in 1633) mislukten. Zie over het belastingstelsel onder de Republiek meer uitvoerig mijn studie T. v. Strafrecht 1926, IV, De historische ontwikkeling van het ambt van Rijksadvocaat.

13) Van Dalen: gelden, die in een of anderen vorm als belasting worden

Sluiten