Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

In Gr. Plb. I, blz. 1626 en 1633 komt generale (gemeene) impost voor als synoniem van generaal (gemeen) middel.

Gaan we verder na, welke belastingen onder de republiek zoo al als imposten werden aangeduid, dan vindt men daar zoowel verbruiksbelastingen, (hetzij bij invoer, hetzij bij verkoop, een enkele maal bij fabricage geheven) als den impost op de waeggelden (art. 6 Unie van Utrecht, vgl. Engels blz. 66), den impost op den 40sten penning (op den koopprijs) Gr. Plb. I, 1977, den impost het Heerengeld (dienstboden belasting). Globaal gesproken vindt men hier dus een gelijksoortig complex van provinciale belastingen als in 1288 en 1325 in de steden als accynzen werd aangeduid.

Slechts een enkele maal, als bij vergissing, (vgl. b.v. Gr. Plb. I, 1741 Bieraccysen) wordt het woord accijns ook voor de provinciale heffing gebezigd. Voor de provinciale spreekt men van imposten en van gemeene middelen 14), waaronder ook andere middelen behoorden, doch waarvan de belastingen, welke wij nu accijnzen noemen verreweg de voornaamste waren15) 16). Ook werden imposten en gemeene middelen geen synoniemen geacht, hetgeen b.v. kan blijken uit Gr. Plb. V, blz. 1067, waarin een tegenstelling wordt gemaakt tusschen de gemeene Landtsmiddelen en 's Landts imposten, zonder dat nochtans blijkt, waarin die bestaat.

Allengs tracht men echter tot een engere omgrenzing te geraken. Men gaat spreken van (Gemeene) Middelen van Consumptie. Vgl. b.v. Gr. Plb. III, blz. 1105, Place. 22 Febr. 1683, dat

opgebracht, volgens Huizrfnga (blz. 55): „Reeds de naam duidt hem (den stedelijken accijns) als onrecht aan; niet het Oud-fransche assise, maar mala tolta (malletoute) en Ungetd, = ein Indebetum eine von Rechtswegen, namlich von Landrechts, nicht geschuldetz Summe" (met citaten). De zin is niet erg duidelijk.

14) Een dergelijke onderscheiding ligt ook ten grondslag aan het ontwerp, dat Japikse aanziet voor het ontworpen belastingstelsel der 17 opgestane gewesten. Eén der onderdeelen was het Cohier des consumptions.

16) Gemeene middelen van de generaliteit, ook wel generaliteitsmiddelen (een term die in anderen zin voor convoyen en licenten wordt gebezigd) genoemd, zijn ongeveer dezelfde middelen die in de zeven provinciën als gemeene worden geheven, doch geheven door de Staten-Generaal in de Generaliteitslanden.

le) Vgl. Gr. Plb. III blz. 1101 Ordonn. raeckende de fraudes en Contraventiën van 's Landts gemeene middelen en Impositiës, mitsgaders de accysen en Particulen, die de Steden bij Octroy van de E. M. H. St. v.

Sluiten