Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

ten in art. 5 aangegeven, uitgebreid op een wijze die haar ontwerper wel niet zal hebben vermoed. Alle artikelen waarvoor men een geschikte heffingswij ze kon bedenken, werden allengs met een impost belast. Uit het Grootplaccaatboek een resumé makende van de in de provincie Holland gegolden hebbende „imposten", die eenigermate met wat wij accijnzen zouden noemen, verwant zijn, kwam ik tot een 35-tal, in Zeeland was het aantal wat minder. Bekend is William Temple's anecdote, dat in Nederland van een toebereiden visch, die ter tafel kwam, minstens 30 verschillende accynzen waren betaald (waaronder hij dan de stedelijke zal hebben meegerekend).

IV. Revolutie tijdperk. Landelijke accijnzen (imposten, middelen van consumptie).

Met een dergelijk belastingstelsel, dat weinig meer dan water en lucht vrij liet, neigde de door eigen wan-bestuur en -staatsinrichting ontijdig ten ondergang gedoemde Republiek ten einde.

Haar erfgenamen hebben wat dit onderwerp betreft ingezien, dat aan de provinciale heffingen een eind komen moest, dat een stelsel van algemeene belastingen voor de nu ééne en ondeelbare Bataafsche republiek daarvoor in de plaats moest treden.

Aan Gogel gelukt het in 1805 en waarlijk niet gemakkelijk, om die eenheid tot stand te brengen. Tegelijkertijd wordt de systematiek beter doorgevoerd, de kring ook van de consumtieve middelen beter gesloten. De term impost is daar weer schering en inslag. Ik zal niet alle belastingen noemen, waarvoor hij dien bezigde; hij gebruikt dien bij voorkeur voor de belastingen, welke men onder de republiek consumtieve middelen noemde; maar allerlei andere, niet tot de consumtieve middelen te rekenen heffingen, dragen soms ook dien naam.

Hoe is nu Gogel's stelsel, en hoe heeft hij zich de werking daarvan gedacht ?

Dat kunnen wij leeren uit de Voordracht dd. 20 Juni 1805, waarbij Schimmelpenninck het Stelsel van algemeene belastingen aandient.

De provinciale heffing wordt een landelijke; daardoor kunnen tal van controle- en strafbepalingen vervallen; twee honderd mijl interne provinciale grens behoeft niet meer te worden bewaakt.

Zijn stelsel omvat de twee groote groepen beschreven en on-

Sluiten