Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

Ook het oud-Hollandsch recht kende — zooals reeds werd opgemerkt — voor sommige impost-subjecte speciën heffing van accijns bij den invoer, doch dit gaf toen nimmer aanleiding deze belasting met invoerrechten, met de convoyen en Meenten, te verwarren. Voor het gevoel van den 17den en 18den eeuwer — die bovendien de invoerrechten alleen als onderdeel van de in-, tóten doorvoerrechten kende — bestond er in allerlei opzicht een zoodanig verschil tusschen consumptiebelastingen en de convoyen en Meenten, het middel van commercie en navigatie, dat de scheidslijn tusschen die heffingen in de oud-HoHandsche wetgeving, althans formeel, duidelijk aangegeven was. Zóó duidelijk zag men die nog in Gogel's tijd, dat deze zich met instemming zijner tijdgenooten veroorloven kon op den invoer van eenige hnpost-subjecte speciën 29) een bijzondere consumptiebelasting te leggen, naast de convoyen en Meenten, de gewone invoerrechten. Doch met het kantelen der tijden valt die scheidslijn weg. Het continentaal stelsel, de revolutieoorlogen, vegen onze schepen van den oceaan; het is voor de Bataven nit met de „vrachtvaart van heel Europa."

Van meet af aan moet de Nederlandsche handel, op nieuwe banen, zich een toekomst opbouwen en de met de oude orde samenhangende wetgeving der convoyen en Meenten heeft voortaan nog slechts ten deele haar vroegere beteekenis.

De, door zuinigheid geboden, samenvoeging der administraties, de aanpassing aan elkaar der wettelijke bepalingen, wekken de gedachte, dat er mogelijk meer overeenkomst bestaat tusschen invoerrechten en accijnzen dan men tot toen heeft gemeend.

Bij de behandeling van het wettelijk samenstel van 1816 voor het eerst geeft een Kamerlid uiting aan zijn twijfel over de juistheid der groepeeringen en voorschriften in de verbruiksbelastingen-regelende belastingwetten. Men was toen van plan, de accijnsgoederen in de pakhuizen der kooplieden bij het in werking treden van het nieuwe stelsel te laten opnemen, evenals hier te lande bv. bij belangrijke verhoogingen van den gedistilleerdaccijns is geschied en van de bevonden hoeveelheden den verhoogden accijns te laten betalen.

„Maar waarom dan niet ook," zegt het Tweede Kamerlid van

20) Zie hierover nader Treub, Ontwikkeling en verband van de Rijks-, Provinciale- en Gemeentebelastingen in Nederland, Leiden S. C. van Doesbrugh, 1885.

Sluiten