Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

als indirecte belasting op de consumptie afzonderlijk gerangschikte artikelen, aan deze eischen voldoen. De beteekenis van het woord impost is allengs enger geworden. Ook het aantal „middelen van consumptie" werd kleiner. Na de middeleeuwen, tijdens de Republiek, kregen de stedelijke accijnzen steeds meer een ander karakter dan zij oorspronkelijk hadden. Men voegde aan de bestaande middelen, ongeacht den aard van het te treffen ge- of wer-bruik, er nog een toe, wanneer de nood der stedelijke schatkist daartoe noopte. Nog sterker was dat me* de provinciale accijnzen (de als middelen van consumptie aangeduide gemeene middelen) het geval;

Van deze uitwassen bevrijd en na aanvaarding van het Fransche stelsel, kannen we den kring nauwer sluiten. De accijnzen worden geheven bij vervaardiging of uitslag uit een fabriek of trafiek, althans na gereedmaking tot het doel, waarvoor zij in de consumptie zullen dienen in het land van belastingheffing zélf. Alleen om de binnenlandsche nijverheid niet onrechtvaardig tegenover de baitenlandsche te belasten, en omdat de buitenlandsche producten evenzeer diesen, om mèt de binnenlandsche in de behoeften van dé binnenlandsche bevolking, die immers de belasting te dragen heefl, te voorzien, wordt ook vaa de gelijksoortige buitenlandsche goederen accijns geheven».

Men kan de vraag stellen, of hetgeen ik iner betoog, n.i dat de accijnzen worden geheven1 bij vervaardiging of «itslag uit een fabriek of trafiek, althans na gereedmaking tot het doel, waarvoor zij in de consumptie zulten dienen so) of bij groei in het land van belastingheffing zelf, met zooveel woorden in de algemeene of bijzondere accijnswetten valt te lezen. Het antwoord op die vraag moet zijn, dat zulks niet het geval is, dat een ea ander alleen irnplicite is op te maken uit de verschillende bepalingen der accijnswetten.

Zelfs beantwoorden noch de Algemeene Wet, noch die bijieondere wetten de vraag, wie de accijns-schuldenaar is. Alleen de Tabakswet (art. 6) maakt daarop een uitzondering. Zij noemt den fabrikant, c.q. dengene, dae ten iavoer aangeeft of den entite*positeur.

30) Voor 1926 was de totale opbrengst der accijnzen geraamd op 133 millioen, waarvan 122 millioen rustte op de industrieele producten (Bijl. 325, 11, 1926).

Sluiten