Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

werd gemaakt40). Later, toen Achard de uitvinding van Marggraf, als bietsuikerfabricage, loonend had gemaakt, werd daarnaast de productie van inlandsche suiker met ernst ter hand genomen. Toen werd het artikel definitief aan accijnsheffing onderworpen.

X. Resumtie.

Na vorenstaande uiteenzettingen, getoetst aan de huidige heffingen, kan ik thans, op grond mede van hiervóór, langs lijnen van geleidelijkheid getrokken, conclusies, de hier te lande onder den naam accijnzen geheven belastingen als volgt omschrijven:

Accijnzen zijn verbruiksbelastingen op hier te lande vervaardigde (althans voor die bepaalde consumptie geschikt gemaakte) of gegroeide artikelen, voor direct persoonlijk verbruik door den mensch hier te lande, allereerst rustende op voedingsstoffen, victualiën en wet speciaal op die, welke ook door de lagere klassen, boven haar noodzakelijke levensbehoeften geregeld worden verbruikt. In engeren zin betreffen zij alleen artikelen voor inwendig verbruik als voedings- of genotmiddel, ruimer ook artikelen voor direct, persoonlijk, u/fwendig verbruik, brand-, verlichtings- en reinigingmiddelen. Zij worden in den regel geheven van den fabrikant of handelaar, die de goederen in consumptie brengt, met het doel den bij de heffing nog onbekenden binnenlandschen consument te belasten; de aequivalente heffing bij den invoer wordt met hetzelfde doel door den importeur „betaald".

Men zal opmerken, dat deze begrenzing niet zóó eng is, dat daardoor a priori vast komt te staan, welke artikelen in een bepaald land onder de accijnzen moeten worden gerangschikt. Ook zijn niet alle artikelen, die onder de definitie vallen, aan accijns onderworpen. Wèl echter heeft men overal een keus gedaan uit een bepaalde groep artikelen. Rekening houdende met de theoretische voordeelen van de belasting hiervóór uiteengezet, komen daarvoor alleen in aanmerking artikelen waarvan het gebruik vrij algemeen is, zonder op weelde te wijzen, met een tendens echter, om de noodzakelijke levensbehoeften vrij te laten. Zeer juist bepaalt artikel 3 der Algemeene Wet van 26 Augs. 1822 Stsbl. 38,

*°) Over de tallooze moeilijkheden, waartoe deze accijnsheffing, ten gevolge van het feit, dat niet juist is te zeggen, hoeveel geraffineerde suiker uit een bepaalde hoeveelheid ruwe is te maken, — en men dus ook niet kon bepalen hoe groot de drawback bij uitvoer moest zijn — zie men A. E. G. Elias Schovel, De Suikerkwestie, 's-Gravenhage, Cremer en Co. 1889.

Sluiten