Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

maatschappijen hebben de verschillende successiestaten in April 1922 in eene conferentie te Rome regelen voor de reconstructie der verzekeringen in de nieuwe muntsoorten vastgesteld, waarbij uitgegaan is van het beginsel, dat de activa der maatschappijen, voorzoover zij niet bestemd zijn tot dekking der verplichtingen jegens de verzekerden buiten het gebied der oude monarchie, zooveel mogelijk door de successiestaten genostrif iceerd worden, d.i. in verplichtingen dier staten in hunne respectieve muntsoorten worden gewijzigd. Voorzoover het daardoor nog niet mogelijk zal zijn ook de verzekeringen, op ieder der successiestaten betrekking hebbende, ten volle op het peil der nieuwe muntsoorten te brengen, zal ieder der staten het ontbrekende kunnen bijpassen. De besluiten der conferentie zijn, voor zoover bekend, totnogtoe (Mei 1927) slechts geratificeerd door 2 staten nl. de Republiek Oostenrijk en Italië.

Welke is de kracht van de noodregeling van Hoofdstuk IV van de wet op het levensverzekeringbedrijf in het buitenland? Deze regeling bevat 2 elementen, die wel te onderscheiden zijn. De uitspraak van den rechter heeft dadelijk slechts deze werking, dat de maatschappij niet genoodzaakt kan worden tot nakoming van hare verplichtingen. Deze verklaring is ingevolge art. 64 van kracht hetzij voor onbepaalden tijd, hetzij gedurende een bij die verklaring te stellen termijn, maar de bedoeling is natuurlijk, dat zij een voorloopig karakter zal dragen. Wat deze schorsende werking betreft, heeft de noodregeling hetzelfde gevolg als de in onze en andere wetgevingen bekende surséance van betaling. De schrijvers over internationaal recht zijn het er wel over eens, dat zonder executoirverklaring van het vonnis in het buitenland dit geen enkel effect heeft in het buitenland tenzij hoogstens voor een schuldeischer, die bij de stemming over de surséance vóór gestemd heefti). Lyon-Caen en Renault 2) zijn van oordeel, dat een surséance van betaling, uitgesproken in het buitenland, evenals de homologatie van een accoord, executoir kan worden verklaard in Frankrijk en daar dan effect heeft. Dit exequatur is inderdaad ook op 22 Juli 1921 door de Tribunal de la Seine op verzoek van de Algemeene maatschappij van levensverzekering en lijfrente te Amsterdam verleend ten aanzien van de beschikking van de Amsterdamsche rechtbank van 3 Juni 1921, waarbij deze maatschappij onder de geheel aan de noodregeling van de wet van 22 December 1922 analoge regeling der zgn. Noodwet van 29 April 1921 werd geplaatst. Daarbij werd overwogen, dat de wet van 29 April 1921 analoog was aan de Fransche wet van 2 Juli 1919 (wet, volgens welke een koopman, die niet aan zijne verplichtingen kan voldoen, surséance van betaling kan erlangen en kan verkrijgen

!) Mr. T. M. C. Asser, Schets van het internationaal privaatrecht, blz. 180, Asser et Rivier, Elements du droit international privé no. 131, blz. 245. 2) Traité des faillites, banqueroutes et liquidations judiciaires, blz. 464.

Sluiten