Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

Artikel 14.

Artikel 14.

De onderlinge maatschappij heeft een in aandeelen verdeeld waarborgkapitaal, waarop de volgende bepalingen van toepassing zijn.

Aandeelen aan toonder kunnen slechts worden uitgegeven, indien het volle bedrag van het aandeel in de kas der maatschappij is gestort

Aandeelen op naam kunnen niet worden uitgegeven dan indien ten minste een tiende gedeelte van het volle bedrag van het aandeel in de kas der maatschappij is gestort. Bij overdracht van niet volgestorte aandeelen blijft de oorspronkelijke aandeelhouder of diens rechtverkrijgenden tot de storting van het verschuldigde aan de maatschappij verbonden ten ware de bestuurders der onderlinge maatschappij zich uitdrukkelijk met den nieuwen verkrijger hebben tevreden gesteld en eerstgemelde van alle verantwoordelijkheid ontslagen hebben. '

1. Volgens art. 78 der wet is het 1ste lid alleen toepasselijk op nieuw op te richten onderlinge maatschappijen, terwijl het 2de en 3de ook toepasselijk zijn op bestaande, welke ook na verloop van 2 jaren na de inwerking treding der wet wenschen door te werken d.w.z. nieuwe overeenkomsten van levensverzekering wenschen te sluiten. De rechten van houders van aandeelen in het waarborgkapitaal moeten ingevolge art. 13, 9°, der wet worden geregeld in de statuten. Zie omtrent de regeling dier rechten aldaar

2. Het 2de lid is analoog aan het bij art. 41 W. v. K. bepaalde ten aanzien van naamlooze vennootschappen, het 3de lid aan de

Z0?™*1^ van de artt- 51 en 43 W- v- K- Het 2de gedeelte van het 3de lid heeft tot doel de integriteit van het kapitaal, dat gedeeltelijk zou kunen te loor gaan, als lichtvaardig niet-volgestorte aandeelen overgedragen zouden kunnen worden aan personen die geene waarborgen voor de latere stortingen opleveren. De overdrager moet dus aansprakelijk blijven, als de bedoelde waarborgen bij den verkrijger niet aanwezig zijn. Onder „oorspronkelijken aandeelhouder is met enkel te verstaan de aandeelhouder, die dadelijk bij de uitgifte als zoodanig is opgetreden, maar ook een latere die op regelmatige wijze houder van het aandeel is geworden en op de wijze, voorgeschreven bij de statuten, zijn aandeel aan een ander overdraagt. Voor het ontslag van alle aansprakelijkheid van hem die overdraagt, is niet voldoende, dat het orgaan der maatschappij die krachtens de statuten de overdracht heeft goed te keuren deze goedkeuring verleent. Daarvoor is noodzakelijk, dat bestuurders zich uitdrukkelijk met den nieuwen verkrijger tevreden stellen en dengene, die het aandeel overdraagt, van alle aansprakelijkheid ontslaan. Zie arr. H. R. van 29 Januari 1925, WeekbL v h Recht no 11367 met onderschrift van Mff, Nederlandsche Jurisprudentie 1925, 578.

Sluiten