Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

168

Artikel 61.

tot premiebetaling op, door op het niet doorgaan met premiebetaling een boete te stellen n.1 dat de verzekerde bij premievrijmaking of afkoop voor het oude deel der verzekering een geringer percentage dan de andere verzekerden ontvangt, immers minder dan 50 %. Daarmede zoude men in strijd komen met het voorschrift van art. 61, dat aan schuldeischers nimmer meerdere verplichtingen kunnen worden opgelegd. Immers zoude, terwijl volgens de bestaande polis de verzekerde de vrije keuze had om öf premiën te betalen öf de polis premievrij te maken öf haar af te koopen, hij thans, op straffe van min of meer belangrijk geldelijk nadeel, gedwongen worden met premiebetaling door te gaan. Zeker kan men dan spreken van het opleggen van meerdere verplichtingen aan den verzekerde.

Ook de tweede methode is ontoelaatbaar. Wel worden volgens die methode geene meerdere verplichtingen aan den verzekerde opgelegd. Hij blijft vrij om al of niet met premiebetaling door te gaan; aan het niet daarmee doorgaan worden geene bijzondere nadeelen voor hem verbonden. Men komt bij die methode niet in strijd met den tekst van art. 61, maar met het hierboven reeds genoemde beginsel van de gelijkheid van schuldeischers. Immers men kent hem voor de voor hem bij den aanvang der noodregeling aanwezige reserve een kleiner percentage toe dan aan de verzekerden, voor wie de premiebetaling op dat tijdstip reeds was afgeloopen. Al is art. 1178 B. W. ook niet rechtstreeks van toepassing, omdat dit spreekt van verdeeling der opbrengst van de goederen van een schuldenaar ponds ponds gelijke, naar evenredigheid van ieders schuld, en al heeft bij eene reconstructie der verzekeringen krachtens art. 61 niet plaats eene verdeeling der goederen, het daar uitgedrukte beginsel behoort de rechter hier naar analogie toe te passen. Dit beginsel is een zoo integreerend deel van ons geheele rechtsstelsel, dat zonder twijfel de rechter ook in gevallen als in het onderhavige, waarin niet van verdeeling der goederen, maar van wijziging der overeenkomsten sprake is, daarmee rekening moet houden.

Welk standpunt behoort bij beschikkingen krachtens art. 61 ingenomen te worden ten aanzien van herverzekeringscontracten? Indien de herverzekeringen door de maatschappij zijn genomen, bestaat geen reden om ze anders te behandelen dan de gewone verzekeringen. Bij door de maatschappij gegeven herverzekeringen, is de herverzekeraar in verband met het verschuldigd zijn en de invorderbaarheid der herverzekeringspremiën ongetwijfeld ook als schuldeischer in den zin van art. 61 te beschouwen, zoodat ook de herverzekeringscontracten krachtens dit artikel gewijzigd kunnen worden. In vele gevallen zal het waarschijnlijk gelukken de zaak tusschen den verzekeraar, den herverzekeraar en de overnemende maatschappij op minnelijke wijze te doen oplossen. Indien dit niet

Sluiten