Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

187

Artikel 81.

Artikel 81.

Natuurlijke personen, die op het oogenblik van het in werking treden dezer wet het levensverzekeringbedrijf uitoefenen, kunnen gedurende twee jaren na dat tijdstip met die uitoefening voortgaan en ook na afloop van dien termijn de loopende overeenkomsten afwikkelen.

Het tweede en het derde lid van artikel 80 zijn te dezen van toepassing.

Indien binnen den in het eerste lid gestelden termijn eene onderneming, toebehoorende aan een natuurlijk persoon, wordt omgezet in eene in het Rijk in Europa gevestigde naamlooze vennootschap of onderlinge maatschappij, is het bepaalde bij artikel 78 van toepassing even alsof die naamlooze venootschap of onderlinge maatschappij het levensverzekeringbedrijf reeds uitoefende op het oogenblik van het inwerking treden dezer wet

Uit dit artikel volgt, dat natuurlijke personen, waaronder ook zijn te verstaan zij, die optreden onder den vorm van vennootschappen onder eene firma en commanditaire vennootschappen, die op 15 November 1923 het l.v.bedrijf uitoefenden, gedurende 2 jaren daarna (welke termijn door de Verzekeringskamér kan verlengd worden met 3 jaren) nieuwe overeenkomsten van levensverzekering mogen afsluiten en ook na afloop van dien termijn de loopende overeenkomsten mogen afwikkelen. Verder dat zij na afloop van dien termijn in geen geval nieuwe verzekeringen mogen sluiten. Indien zij zulks wel zouden doen, zijn zij strafbaar krachtens art. 68. Zij zijn overigens aan het toezicht der Verzekeringskamer onderworpen en behooren dus onder meer de staten van art. 27 in te zenden en jaarlijks een verslag op te maken en ter beschikking van de polishouders te stellen. Daar het 2de lid van art. 81 verwijst naar het 2de lid van art. 80, waarin niet aangehaald is art. 39, is Hoofdstuk IV niet op hen van toepassing en kunnen zij niet onder de noodregeling gesteld worden. Hoewel het 2de lid van art. 81 van toepassing verklaart het 2de lid van art. 80, waarvan de laatste zinsnede luidt: „De voorschriften, ten aanzien van deze personen „krachtens artikel 29 gegeven, worden in acht genomen", kan er van toepasselijkheid van de voorschriften, krachtens art. 29 gegeven, ten aanzien van natuurlijke personen natuurlijk geen sprake zijn. Toen de Regeering bij Nota van wijzigingen b.m. art. 29, dat alleen op buitenlandsche ondernemingen betrekking had in het ontwerp voegde, plaatste zij tevens achter het 2de lid van 'art. 80 de zoo even genoemde zinsnede, hetgeen begrijpelijk is, omdat zij het gewenscht achtte, dat ook buitenl. ondernemingen, die hier te lande reeds werkzaam waren, zouden nakomen de voorschriften bedoeld in art. 29, o.a. die betreffende de deponeering van waarden tner te lande. Daarbij werd echter vergeten, om in lid 2 van art.

Sluiten