Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

220

Den Raad van State gehoord (advies van 20 Januari 1925, no. 23);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 23 Januari 1925, Afdeeling A.S./lc, n°. 843;

Overwegende, dat het wenschelijk is de bezoldigingsregeling voor het personeel der Verzekeringskamer opnieuw vast te stellen;

Hebben goedgevonden en verstaan, gerekend van af 1 Januari 1925, te bepalen:

Artikel 1.

Voor het personeel der Verzekeringskamer worden de volgende jaarwedden vastgesteld: voorzitter f 11500; lid f9500;

secretaris f 4700—f 5600, 3 tweejaarlijksche verhoogingen van f 300;

inspecteur der Verzekeringskamer f 4000—f 6400, 6 tweejaarlijksche verhoogingen van f 300 en 3 tweejaarlijksche verhoogingen van f 200;

referendaris f 4500—f 5400, 3 tweejaarlijksche verhoogingen van f300;

hoofdcommies f3400—f4400, 5 tweejaarlijksche verhoogingen van f200;

commies f2400—f3400, 3 tweejaarlijksche verhoogingen van f200 en 4 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100;

adjunct-commies f1700—f2600, 3 tweejaarlijksche verhoogingen van f 200 en 3 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100;

klerk f 1100—f2000, 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f200 en 5 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100;

schrijver f 1000—f 1700, 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f200, met 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100 en 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f50;

concierge-bode f 1400—f 1700, 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100 en 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f50;

Artikel 2.

De ambtenaren der Verzekeringskamer, die benoemd zijn tot plaatsvervangend lid dier Kamer, genieten eene weddeverhooging van ten hoogste f 1000 per jaar.

Artikel 3.

Wij behouden Ons voor aan bepaalde ambtenaren, hetzij bij eerste

Sluiten