Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

223

Schrijver 2e klasse f 1000—f 1700, 4 jaarlijksche verhoogingen van f 100, 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100 en 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f50;

Machineschrijver f 500—f 900, 4 jaarlijksche verhoogingen van f 100;

Concierge-bode f 1400—f 1700, 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f 100 en 2 tweejaarlijksche verhoogingen van f50."

b. Artikel 4 wordt gelezen als volgt:

„Het bepaalde bij de artikelen 1, 2e, 3e en 6e lid, 2, 6, 2e, 3e en 6e lid, 7, 8, le, 3e en 4e lid, 9 tot en met 16, 19, le en 2e lid, 20, 21, 22, le lid, 23, le lid, 26 tot en met 29, 31 en 37 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1925 vindt overeenkomstige toepassing.

Echter blijft het bepaalde in artikel 1, tweede lid en artikel 8, derde lid, van genoemd Bezoldigingsbesluit buiten toepassing ten aanzien van de jaarwedde van den machineschrijver."

c. Artikel 5 vervalt.

Artikel II.

Ten aanzien van ambtenaren en gewezen ambtenaren van de Verzekeringskamer vindt het bepaalde bij artikel III van Ons besluit van 9 December 1925 (Staatsblad n°. 467) overeenkomstige toepassing.

Artikel III.

Artikel I, sub a en b, benevens artikel II van dit besluit treden in werking met ingang van 1 Januari 1926.

Artikel I, sub c treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.

XII.

BESLUIT van den 18den Juli 1925, Staatsblad n°. 335, houdende algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld bij art. 27 der Wet op het Levensverzekeringbedrijf 1922 (Staatsblad n°. 716).

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie, mede namens Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken en Landbouw en van Koloniën, van 17 Juni 1925, le Afdeeling C, n°. 895;

Den Raad van State gehoord (advies van 30 Juni 1925, n°. 14);

Sluiten