Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IO

LIEFDESBRIEVEN

Ede (Gld.) Villa Zonneberg 13 Maart 1899

Geachte Freule,

U had mij verzocht U niet te schrijven en daarom moest ik zwijgen, al ben ik dikwijls op het punt geweest Uw verbod te overtreden, en te doen alsof het niet zoo serieus door U was bedoeld op den duur, als de stemming van dien brief het U had doen schrijven aan mij. Nog een paar dagen geleden kwam het in mij op, U te vragen, mij eenige Uwer onuitgegeven verzen te willen zenden, ter plaatsing in de N. G. maar toen ik het concept van miin briefje op het papier had gezet, welk concept ik mij veroorloof hierbij in te sluiten, hoorde ik plotseling als een inwendige stem, die mij zei: „Doe het niet, want freule van Stuwe is, geheel uit zichzelf, op het punt van te doen, wat gij zoo erg verlangt." Ik moest wel dadelijk om mijn dwaasheid lachen, toen ik even was gaan gelooven aan die stille stem die ik vernam, maar ik verscheurde mijn concept toch niet, ik borg het alleen maar weg en vergat mijn verlangen zoo goed als het ging. Maar gisteravond rustig aan de thee gezeten met mijn vriend Willem Witsen en zijn vrouw, bij wie ik sinds 1 Febr. logeer, kwam mij over de post uit Bussum Uw zending verzen in handen, die mij van daar waren opgestuurd. Deze zeldzame coïncidentie van wat hier in Gelderland en in den Haag gebeurde, ontroerde mij wel eenigszins, en de merkwaardigheid van het geval geeft mij den moed net U mee te deelen, in de hoop dat mijne stoutheid mij vergeven worde.

Wat Uwe verzen zelf nu betreft, ik vind ze heel mooi, echtgevoeld en origineel gedaan (vergeef mij mijn kritische houding) en zal ze zeer gaarne opnemen.1) Gij hebt de macht een zeer fijn en teer gevoel langs groote lijnen vast te houden, en toont daardoor eene U alleen eigene gave, die mij onuitsprekelijk charmeert.

Ten slotte voel ik mij verplicht U een bekentenis te doen: ik heb Uwe brieven van een poos geleden, nog niet verscheurd, ofschoon gij 't mij verzocht hadt, maar als U 't nogmaals verlangt, beloof ik U bij deze plechtig dat het gebeuren zal. Ik deed het nog niet, omdat zij mij te zeer hadden getroffen. Getroffen met wat?

1) Deze verzen, verschenen in de April-afl. d. N. G., zijn: Mat, Sainte Gudule I en II. Smeeking, Klacht, Van Toen, Aan Zee.

Sluiten