Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

LIEFDESBRIEVEN

Bussum, Parkzicht April '99

Eenig-diepe, en -ware, en -groote,

O, die goddelijke brieven van je! Het heeft mij in mijn diepste ziel ontroerd, dat je mij goedvindt, zooals ik ben. Want ik word natuurlijk veel beoordeeld, en hoor daar nu en dan iets van. Dan denk ik dikwijls: als ik nu eens al die dingen veranderde, die de menschen op mij aan te merken hebben, deze dit en die dat, dan bleef ik niet meer Willem Kloos, maar een totaal ander wezen, absoluut zonder kleur of karakter of eigenlijk-gezegde individualiteit. Maar nu jij mij goed vindt, sta ik diep-buigend voor je, alsof je de Godheid zelf waart, en ik zeg tegen je, aangedaan en gedwee en met een vaste overtuiging: Jeanne, jij wil mij niet uit mijn verband rukken, jij wilt mij met misvormen, en daarom geef ik mij aan je over, geheel en absoluut, met een hartstochtelijk vertrouwen, en ik zeg tegen je met liefdevolle zelfverzaking, zeg het mij altijd dadelijk, nu of later, zoodra je iets op mij aan te merken hebt, zoodra je mij eenigszins anders wilt hebben, dan ik mij toon. Dan zal ik veranderen, dat beloof ik je, want ik wil niet anders wezen dan zóó, als het jou gelukkig maken kan. Want ik kan wel verschrikkelijk hard en streng zijn tegen anderen, als ik het noodig heb voor mijn eigen zelfbehoud en in mijn verdere leven zal ik ook zoo doen tegen ieder, die ook maar één haar zou willen krenken van je heerlijk jezelf-zijn. Maar tegen jou, tegen jou alleen zal en wil ik zijn als een kind, als was in je handjes, alleen omdat ik weet, dat het jouw bedoeling nooit is; om mij te misvormen, maar alleen om mij beter en aangenamer en prettiger te maken voor jouw eigen ik. Wil je dat doen, Jeanne? Dan doe je mij een pleizier, omdat ik dan de zekere bewustheid zal krijgen, dat ik iets doe in zachte gewilligheid, wat jou waarachtig gelukkiger maakt.. O, eenigaangebedene, eenig-vereerde en -begeerde vrouw, ik wou je zoo graag de overtuiging van de waarheid geven, dat ik wel sterk en vast, maar absoluut geen bruut ben, en dat ik als een speeltuig vol menschelijke muziek wil wezen in jouw lieve handen, die altijd alleen het goede en mooie willen doen. Geloof je nu, dat ik je liefheb in mijn ziel, dat het geen uitsluitende verliefdheid is, wat ik voor je voel, maar liefde volkomen, diep-inwendig, waarvan de verliefdheid slechts het natuurlijke en noodzakelijke gevolg is?

Sluiten