Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

J79

deden. Je begrijpt weL dat ik niet altijd zat te kniezen, of een norsch gezicht zette; ik was ook wel eens uiterlijk-vroolijk, zooals jij me ook wel eens hebt gezien, maar meestal kwam daar als ik alleen was, de reactie op. Ik heb ook wel eens kinderlijk-dol gestoeid met mijn broer of met onze goeie Puck. O, ik heb over jou ook al zooveel vertelsels moeten hooren. Iedereen kent je, iedereen weet alles van je af, iedereen is op de hoogte van al je intieme kwesties. Maar ik luister er maar niet naar, of zeg dadelijk bij 't beginnen al, koel en een beetje uit de hoogte: „Ik geloof, dat ik dat nu wel 't beste weten zal", of: „Ik geloof, dat ik daar nu wel 't beste over oordeelen kan", en dan zwijgen ze natuurlijk, een beetje boos, dat hun zoo'n mooie gelegenheid tot nieuwsgierigheidsbevrediging ontnomen wordt. Vervelend, hè, dat eeuwige en eeuwig-onzinnige

gepraat, waar dient het voor!

Als je mij zou vragen, of mijn innerlijk zijn, of dat eigenlijk koel of hartstochtelijk is: het is moeilijk daarover te schrijven, spreken zou veel gemakkelijker zijn, omdat je 't dan dadelijk zou kunnen zeggen, ais je me niet begreep. En ik weet ook niet goed, hoe ik 't uitleggen zal. Dit is 't, geloof ik, dat ik lichamehjk-koel ben, maar geestelijk soms heel hartstochtelijk kan zijn. Ik geloof eigenlijk niet, dat die twee toestanden zoo absoluut scheidbaar of liever zoo volkomen-tegenovergesteld-zijn aan elkaar, als ik dat nu zoo voorstel, maar ik kan 't niet beter zeggen. Er zijn twee menschen in me: de een is de zichtbaar-levende, de alledaagsche mensch, die de dingen koel en hard bekijkt, en zelfzuchtig-onverschillig is voor alles, wat haar niet heel intiem raakt; de andere is de voor-anderenniet bestaande, de hooge, de superieure, de zielemensch, die heel gevoelig is en heel licht ontroerd, die volkomen-mooi is en vlekkeloos zuiver, en die zichzelve tot den hoogsten hartstocht opvoeren kan. Dit is de mensch in me, die alleen jij, Lief, nauwkeurig kent, dit is de .mensch in me, die mijn verzen en proza schrijft. Ik heb je dikwijls opgewonden brieven geschreven, en ook uit sommige van mijn verzen weet je 't, en later als je mijn roman leest, zal je merken, dat ik heel gepassionneerd schrijven kan. Vertel je me eens, of je me begrepen hebt? Ik zou zoo graag weten, of ik duidelijk genoeg ben geweest. Ach, je bent toch zoo'n lieve, goede! Ik houd zoo van je!

Voor altijd en altijd

jouw eigen Jeanne

Sluiten