Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

-93

zich geregeld heeft, aan wien mijn wil, mijn gevoel, mijn verstand zalig-gaarne en in vol bewust-zijn zich overgeven! Weet je 't nu, Willem, goed en voor-altijd: dat ik van je houd met alles wat in mij is, en dat dit nooit, nóóit veranderen kan?

O, Lief, wat zou ik graag, nu die moeilijke zaak nog niet is opgelost, bij je zijn, en tegen je zeggen: „Kom maar hier, in mijn armen en leun je hoofd aan mijn borst! Ik kan je troosten en ik zal dat doen, door je het vast en veilig gevoel te geven, dat je nóóit meer op de wereld alléén zal zijn, dat er altijd-en-altijd iemand wezen zal, die met je en vóór je voelt, die je haar vreugd zal laten meegenieten, die jouw leed als het hare beschouwen zal..."

O, zou je dat steunen en sterken, Lief? Stel 't je dan voor, alsof 't in werkelijkheid gebeurde, voel dan mijn streélen over je haar, en hoor mijn stem.

Nu over heel andere en gewooh-practische dingen. Ik ben bij den heer Veenstra geweest, 't Zal nog wel minstens een maand duren, voor mijn boek klaar is. Alle schuld ligt bij de drukkerij, en hij kan 't er niet vandaan halen, omdat 't geen hand- maar machine-zetwerk is. Ik ben blij, dat ik hem gesproken heb; hij was heel geschikt en vriendelijk, en vroeg om mijn tweeden verzenbundel, dien hij graag al in Augustus zou willen hebben. Bij Noordhoff in Groningen geeft de heer Meerkerk een werkje uit over de Hollandsche literatuur, en nu heeft hij verlof gevraagd, ook een vers uit Impressies te mogen overnemen. En ook werd aan den heer Veenstra een recensie-ex. van Impressies gevraagd, door iemand, die een overzicht van de Hollandsche literatuur moest geven voor een Londensche club. Vind je dat geen aardige dingen? Maar 't mooiste komt nog. Je moet er niet boos om zijn, hoor, (of vind je 't aardig, dat ik zoo word gefêteerd?) maar je hebt me in een van je vorige brieven je sympathie voor Jeanne Coorengel ook wel meegedeeld, dus zal ik je dit geval ook maar opbiechten. Er is namelijk weer iemand op me gecharmeerd geraakt, die me in het vers, dat ik je hiernevens zend, de blijken van zijn gevoelens geeft. Hij adoreert mijn ziel, ik heb een „mooie, teere, vrome, zijën ziel", - vind je dat eigenlijk niet een beetje gevaarlijk, Willem? Je weet, hoe gevoelig ik voor zielegenegenheid ben. Maar je bent in 't geheel niet jaloersch, is 't wel? Tenminste lang zoo erg niet als ik. Maar ik houd ook meer van jou dan jij van mij, dat weet je. Als je eens in den Haag komt,

Sluiten