Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

LIEFDESBRIEVEN

14 Juni '99

Ja, Lief l daar begin ik al weer. Ik heb mijn vorige weg-gebracht, en ben toen bij Koderitsch gegaan, aan hetzelfde tafeltje, achter in de zaal, waar wij altijd ons kopje koffie dronken, en houd nu nog een napraatje met je. Wil ik je eens wat zeggen, Lief?

Zoodra ik de tweehonderd gulden van Versluys in handen heb voor den 2en druk van mijn ien Bundel, kom ik in den Haag wonen.

Alleen: wanneer zal dat zijn? Moge het heel gauw wezen!

Kijk eens, Lief, ik vind het zoo heerlijk voor mijn gevoel en voor mijn bewustzijn, dat jij zooveel dingen met mij gemeen hebt. Ik heb geen enkel ding in je gevonden, waar ik vreemd tegenover sta. En ik ben mij niet bewust, dingen in mij te hebben, waar jij je met je zielszijn van afwenden moet. Of heb jij ze misschien wèl bij mij gevonden? Zeg ze dan gerust vrij-uit, met in een stemming van een oogenblik, waardoor je de dingen niet geheel objectief ziet, maar met de vaste overtuiging, dat er zoo iets is, en dat je dat hindert.

Want ik heb mij zelf heelemaal in mijn macht, en kan op den duur alles aan rnij veranderen, wat ik wil, als ik maar zie, dat het noodzakelijk is. En noodzakelijk wordt een verandering voor mij, als jij die serieus verlangt. O, ik wil zoo graag van je overnemen en leeren om des te bruikbaarder en dragelijker te worden voor jou. Want ik wil je gelukkig maken, en jij bezorgt mij de grootste vreugde, die ik ooit gehad heb, dat je mij toestaat om dat te doen. Zonder terughouding

jouw eigen Willem voor altijd

Nog liever wou ik, dat ik nog eens wat te vertalen kreeg, zooals bijvoorbeeld Cyrano. Doch daar is niet veel kans op. Zou Veenstra niet eens wat voor me te vertalen hebben? Dan zou ik des te eer naar den Haag kunnen komen!

Bussum, 14 Juni '99

Liefste, Thuisgekomen van Koderitsch merk ik, bij het overlezen van je brieven, dat er nog een paar dingen zijn, waar je een duidelijk antwoord op wenscht. Maar dit vooraf: Je moet nu, dat

Sluiten