Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2C-4

LIEFDESBRIEVEN

O, Jeanne, ik wou, dat ik bij je was!

Ik ben vandaag bij oogenblikken een beetje ontstemd, als ik aan het volgende denk. Verbeeld je, wat er gebeurd is. Boven mijn schrijftafel, die naast het raam staat, hingen twee portretten van Boeken, zooals je weet. Nu is één ervan, terwijl ik naar Amsterdam was, verdwenen, zoodat er dus nu nog maar één hangt, dat, wat ik in de plaats hing van het portret van mij, wat ik jou gaf. Hoe is dat mogehjk, zal je vragen. Ik begrijp het óók niet.

Innig zacht kust je

jouw liefh. Willem

14 Juni '99

Liefste, ik voel mij vanavond een beetje triest. Dat is gekomen na den eten, want daarvóór was ik heel rustig en gewoon. De oorzaak zal wel een physische zijn, want er is in dien tijd niets bijzonders gebeurd, dat mij zoo kan maken. Nu weet ik zeker, dat, als ik in den Haag woonde, en met jou dus nu wandelde of zat, dat ik mij dan niet zoo zou voelen, maar kalm en rustig worden, onder schertsend of hef gepraat. O, Jeanne, ik voel het zoo: mijn diepste onbewustheid heeft jou oppermachtig hef! En de eenige, maar wondergroote troost, die mij belet moedeloos in mijzelf weg te zinken, is de gedachte, dat je je niet onverschilhg voor mij voelt, dat je mij hefhebt, ft komt er nu tóch uit!) en dat je samen met mij door 't leven wilt gaan.

Je kunt hieruit afleiden, dat ik, als jij die droevige stemmingen hebt, diep met je sympathiseer, en je volstrekt niet kinderachtig of hinderlijk vind. Want zie! dit moet je goed van mij weten: ik heb je volstrekt niet gevraagd, in de hoop om altijd met je of door je pleizier te hebben. Want zie eens, Jeanne, gooi eens alles van je weg, zoodat je geestelijk-naakt voor mij staat en er niets anders van je is overgebleven als de mensch diep-in-je, die nu eens met zacht-peinzende, dan weer met trotsch-sterke aandoening zegt: „Ik, ik, wie ben ik toch, wat doe ik hier toch?" - welnu, die Ik, die dat zegt, die heb ik hef, tot die voel ik me wonderbaar-sterk aangetrokken, met die wil ik samen zijn in vreugde en verdriet, die wil ik troosten en sterken en verblijden, zooals ik hoop en weet,

Sluiten