Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256

LIEFDESBRIEVEN

O, Allerliefste, je brief, dien ik vanavond kreeg, heeft mij zoo'n aUervreesehjkst pleizier gedaan. Ik zal je wel helpen, om die donkere machten in je voor goed te bedwingen en te overwinnen. Maar wat je zegt van iets „slechts" in je, daarvan heb ik nog nooit iets gemerkt. Je hebt, van den beginne af, zoo mooi en nobel tegen mij gedaan, zoo echt-vrouwehjk-gevoehg en soms ook wel zoo flink-menschehjk-beraden, dat de macht van het Booze, om het zoo nu maar eens te noemen, al mocht zij ergens in een hoekje bij je schuilen, zooals zij in ieder mensch waarschijnlijk zit, toch nooit bij jou de overhand zal krijgen en dus oppermachtige bestuurster van je gedachten en daden zijn. Want dan zou ikzelf eerst „slecht" tegen jou moeten gaan doen. En dat kan in mij tegen jou niet opkomen, niet omdat ik eerbied voor je heb, al voel ik dien ook diep, of om een andere meer-uiterhjke reden, die het beletten zou, maar aheen en uitsluitend, omdat ik je innerlijke wezen, wat men gewoonlijk „ziel" noemt, liefheb, en ik dus altijd alles zal doen, wat die „ziel" gelukkiger en beter maakt, als er iets aan beter te maken viel. Ja, ik heb de quintessens van je heele zijn, ik heb je ziel hef, om het zoo maar te noemen. Je uiterhjk trekt rnij verschrikkelijk aan, en ik zou niet graag wülen, dat je er anders uitzag dan je doet; maar als je niets anders was dan dat uiterhjk, of dingen in je had, die ik antipathiek vond een beetje, dan zou ik misschien wel een poosje met je kunnen lachen en spelen en schertsen, maar ik zou niet voor je kunnen voelen, al dat wat ik voel, dan zou ik niet zóó je kunnen hef hebben, zoo je innerlijke wezen kunnen vereeren en er mee sympathiseeren als ik doe. Want, hoor eens, toen ik je vroeg op den 5 en AprÜ, toen kende ik je uit je werk en je brieyen, en je uiterhjk was bovendien juist zóó, als ik 't graag wou, ik voelde hefde voor je, maar mijn gevoel-voor-je was toch niet zoo bewust en mijzelven klaar, en gerechtvaardigd door mijn heele bewustzijn, als het is geworden, nu je die vijf weken in Bussum bent geweest. Want door dat samenzijn dag aan dag met mij, in aUerlei omstandigheden en stemmingen en kleine voorvallen, heb ik je eigenlijk eerst voor goed en waarachtig en diep-in hefgekregen. Want ik heb toen dag aan dag gemerkt, hoe langer hoe meer, dat je wèl verstandig en sterk, maar toch niet hard ofongevoehg bent, en wèl opperst-gevoehg, maar toch niet week of slap als half-vloeibare was. Er is juist bij jou zoo'n harmonie tusschen de verschÜlende factoren van den mensch, die je verrukkelijk aangenaam maakt. En

Sluiten