Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

272

LIEFDESBRIEVEN

blikken toch weet vanbinnen onwrikbaar als staal. Maar ik 2ou toch die allerberoerdste uren van depressie en stille wanhoop niet kunnen bezweren, zoodra ze op kwamen en moest ze laten uitwerken tot langzaam-aan weer de opwekkende terugslag kwam. Maar nu jij naast me staat, zooals je staat, met je wilskracht en troost, nu, merk ik, kan mijn melancholie heelemaal niet opkomen, en zij blijft heelemaal in mijn onbewustheid terug-gedrongen, door het hoog-verheugend bewustzijn, dat jij, Jeanne, bent zooals je bent, en dat jij goed en sterk voor mij wÜt zijn door je kracht-gevende sympathie. Zie, Allerliefste, Eenige, hier sta ik, een mensch, in de eerste volle kracht van zijn leven, en ik geef mijzelf geheel-en-al aan jou, zonder eenige houding of trots, of achtergedachte: beschik over mij geheel-en-al, want ik voel en weet, dat jij mij nooit met je willen eenig kwaad zal doen. En geloof ook van mij, - ik zweer het je, - dat ik jou ten allen tijde zal bijstaan, met raad en daad, met zachtheid en teerheid, met troost en heve zorgen, in alles en ahes, zonder vermindering, zonder eind.

O, Jeanne, heerlijke schat van een Jeanne, ik weet zoo zeker, ik weet het zoo vast, wij gaan samen, omdat wij zijn, zooals wij zijn een onveranderlijke toekomst vol heerhjke zaligheid tegemoet. Mijn hefde voor jou is grenzenloos.

Nu iets heel merkwaardigs. Je hebt mij eens geschreven, dat wij op hetzelfde oogenbhk, bhjkens onze brieven, hetzelfde hadden gedacht. Welnu, dat heb ik nu ook gemerkt: nu is er weer iets dergelijks gebeurd. Lu jouw brief, die het poststempel draagt 10-12 n.m. den Haag, schreef je: „Lk ben jouw eeuwig, onvervreemdbaar eigendom". Én ongeveer tezelfdertijd, dat jij dat schreef, noemde ik mij in een brief van mij: „jouw onvervreemdbaar eigendom Wülem." Merk je nu wel, dat, wat ik, in een vorige schreef, over psychische gemeenschap uit de verte tusschen ons, volstrekt geen fantastische beeldspraak is, maar dat er hoogstwaarschijnhjk een echte kern van werkelijkheid in schuüt? Nu moet ik dezen wegbrengen, dan komt hij om half drie 's middags op de post.

Voor altijd en geheel en al

jouw eigen WÜlem

Nog even dit: zeg niet, dat ik zeur, maar ik moet je nog even zeggen, dat ik 200 verschrikkelijk naar je verlang! Ik merk het hoe

Sluiten