Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

335

O, weet je nog wel, hoe je, toen ik nog in Bussum was, wel eens tegen me zei: „Ja, jij haalt altijd allerlei dingen uit de onbestaanbaarheid, en als ik je dan verzeker dat ze onjuist zijn, dan zeg je: Ach, je zou tegen mij tóch niet kunnen zeggen, dat ze waar zijn, en dus blijf ik gelooven aan wat ik verzin." 't Was goed, dat je me 't noodelooze en onzinnige daarvan onder 'toog bracht. Je zei ook: Je maakt met je handen schaduwbeelden op den muur, daar word je dan bang van, en als ik zeg, dat 't absoluut niets is, dan zeg je: maar ze %ijn er toch, ik vge ze toch!...

Ja, Lief, zoo is 't, en 't is vervelend voor jou, en voor mijzelf een bron van ellende, dat ik die eigenschap bezit. Ach, ik wou zoo graag heelemaal zijn, als je wou dat ik was; toe, Lief, help me, help me zoo te worden, als ik voor jou het aangenaamste ben. O, je kan dat, als je wilt, als je je er maar een beetje moeite voor geeft, want jij vermag alles op me, ik wil alles van je aannemen, en heusch, heusch, ik zal je dankbaar zijn voor eiken raad, dien je me geven wilt, voor elke verandering-ten-goede, die je in me aanbrengen zal. Ach, toe, Lief, help je me?

Ik heb zoo hartstochtelijk naar een brief van je verlangd, je kan dus begrijpen, hoe zalig-blij ik met dien van vanmorgen was.

Ik zal hier een spoedbrief van maken, ik weet niet, misschien hoor jij ook wel graag gauw wat op je brief. Vandaag verstuur ik ook de aflevering van Woord en Beeld.

Dag, Willem, éénige Liefste, goede, beste Lief!

jouw eigen, eigen Jeanne Ik verlang er naar, aan het vertalen te gaan!

* *

Liefste, ik wou, dat je wist, wat een onuitsprekelijke, goddelijke vreugde je brieven me gegeven hebben. Ik kan niet zeggen boe anders ik me voel dan gisteren en de vorige dagen. O, Willem, het is, of er iets, wat me vreeselijk drukte en hinderde, van me is weggevallen; o, ik ben zoo prettig, zoo heerlijk-vroolijk gestemd vandaag. Ik ben zoo blij, je maar niets verborgen te hebben gehouden, omdat je 'ttoch gemerkt zou hebben, en je me nu hebt kunnen raad geven, me vriendelijk op mijn onverstandig denken kon wijzen; o, ik ben een ander, een heel ander mensch dan de Jeanne van

Sluiten