Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34o

LIEFDESBRIEVEN

is nauw op je neergevallen, of het andere komt er achterop en er bij, en als dat dan zoo'n poosje geduurd heeft, die vloed van onheiltjes, dan komt plotseling weer de ebbe en de zwiepende ongelukjes wijken en aües wordt weer rustig-egaal. 't Verstandigste is, om zich onder zoo'n opstormende rampen-zee altijd maar zoo kalm mogelijk te houden, al hjdt men ook inwendig, want ten slotte komt alles toch weer terecht.

Hoor nu eens, Lief, nu kom ik dan toch werkelijk in den Haag te wonen. Maar wil je mij nu één ding beloven? Én wel dit: dat je me nooit je gedachten-verdrieten verborgen zult houden? Want ik zou het toch merken, als er zoo iets in je gaande was, en dan zou ik soms ik-weet-niet-wat gaan denken, en me daar dan verschrikkelijk-ellendig over maken, terwijl het toch bij jou inwendig heel iets anders was, dan ik ooit had kunnen denken. Maar ik geloof, of hever, ik hoop wel dat, als we geregeld tezamen zijn, mijn lach en mijn spreken en mijn hevende belangstelling je op een hoogvlak van stemming zullen kunnen houden, waarvanuit je op ie vroegere triestigheden wat verwonderd neerziet, terwijl je bij jezelf zegt: Het leven is toch wel leukl

Want dat merk ik aan mezelf: ik ben volstrekt geen uitwendiguitgelatene, hcht langs alles heen ghjdende, exuberante, zuidelijke natuur, maar toch, door het bhjde bewustzijn van jouw gehechtheid aan mij, voel ik mij bijna altijd leven op een stemmingshoogte, waar al het daagsche gedoe bij terug-zinkt op een verder, een lager plan, zoodat het mij niet zoo erg aan kan pakken als vroeger, doordat ik er nu altijd boven bhjf staan. Je leven is mi ook wel een beetje eentonig en in jezelf opgesloten, is 't zoo niet, Lief? Maar nu komt er opeens een nieuw mensch in je leven, die bij je zal blijven voor goed. Tenminste als jij hem houden wilt, natuurhjk, waar, dat beloof ik je, ik al mijn best voor zal doen. Ik hoop dus maar, dat je observatie van dien, nu door jou verjongden oud-gediende des smartenrijken levens je niet al te onvoldaan zal laten. Maar je hoeft heelemaal niet bang te zijn, dat ik jou, van mijn kant, ook zal gaan observeeren; ik observeer bijna nooit in den gewonen zin, waarin dat woord wordt gebruikt. Ik zie aheen maar, zonder het te willen, allerlei dingen plots, die mij heel sterk treffen, maar dan moet ik heel erg oppassen, dat ik daar geen altijd geldende conclusies uit trek. Mijn indrukken van de dingen zijn altijd eenigszins, wat men zou kunnen noemen: intuïtief-gevoelde. Vroeger nu uitte ik die

Sluiten