Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

341

indrukken wel eens te gauw en vergiste mij natuurlijk ook wel eens in de preciese, praktische uitlegging ervan. Zoo ben ik er langzamerhand veel meer toe gekomen, om mijn indrukken vóór mij te houden, want doordat mijn uitlegging wel eens niet heeleroial uitkwam, noemden velen mi] „achterdochtig". En ik heb ook gemerkt, dat als ik mijn half-bewuste, maar sterke indrukken stil in mijzelf op-at en digereerde, de werkelijkheid, de nuchtere werkelijkheid dan ten slotte altijd vrijwel precies ging sluiten met wat ik intuïtief had gevoeld. Dus had ik toch alles, zonder bepaald te observeeren, toch heel goed van te voren gezien.

De observatie, die ik meen te hebben, is dus een gevoelde, stil gehoudene en niet beredeneerde, en ik durf gerust te zeggen, dat die nooit, in de kern van haar wezen falikant (ken je dat woord, en zoo ja, spel ik het goed? ik heb het nooit geschreven gezien, maar alleen gehoord) is uitgekomen. Ik ruik, om 't zoo te noemen, veel meer de werkhjkheid, dan dat ik haar zie. Zoo ruik ik (vergeef de uitdrukking I) dat jij en ik tezamen gelukkig zullen wezen, zóó gelukkig als menschen kunnen zijn en in zooverre het geheel van henzelf afhangt. De uiterlijke omstandigheden moeten natuurlijk ook wat meewerken, maar wij zijn beiden gezond en wüskrachtig, en ten slotte kunnen de uiterlijke dingen toch nooit de innerlijke kern aantasten, als je maar beiden zuiver en welmeenend bent. Dat nu weet ik zeer zeker van mijzelf en niet minder van jou. Dus het zal wel'gaan, o, Liefste en Eenige, als je maar vast wilt gelooven, dat ik bhjf door aUe tijden heen

je je altijd innig-liefhebbende Wülem * *

O, Wülem, Heve, goede Lief, ik ben toch werkelijk zoo gelukkig met je brieven. Ik voel me nu zooveel kalmer en rustiger dan in de laatste dagen. Ach, ik wou, dat ik er niet altijd zoo'n onwillekeurige behoefte aan had, me in mezelf te verdiepen en dan allerlei droefgeestige gedachten te voorschijn te roepen. Ach, waarom kan üc toch niet gewoon-gelukkig zijn zooals andere menschen! Waarom geniet ik nooit volkomen, waarom ben ik in mijn gelukkigste oogenblikken toch nog weemoedig gestemd, - waarom ben ik altijd geneigd den donkeren kant van alle dingen te zien? Ik geloof, dat

Sluiten