Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

349

dat mijn liefde voot jou niet is zoo'n gewone mannenliefde van begeering en uiterlijkheid, maar dat, diep-in, mijn menschelijke ziel de jouwe liefheeft, en dat zoo'n liefde een liefde is, die nooit verdwijnt. Ik kus je dolgraag, dat weet je wel, maar toch zeg ik niet, dat ik je liefheb omdat ik je graag kus, zooals, geloof ik, bij de meeste mannen wel het geval zal zijn, neen: ik kus je graag, omdat ik je zoo liefheb, diep-in-echt en onvergankelijk-waarachtig, met alles van binnen en van buiten liefheb, en je zoo lief zal hebben tot aan den laatsten dag van mijn bestaan.

Geheel en al jouw eigen Willem * *

Liefste, ik had er zoo op gehoopt, dat er vanmorgen een brief van je zou zijn, omdat ik er gisteravond ook geen gekregen heb, maar er was niets. Lief, ik geloof niet, dat je dat smartelijke, enerveerende srnachten-naar-brieven kent, zooais ik, - ik geloof niet, dat mijn brieven jou zulk een onuitsprekelijke vreugde zijn als de jouwe mij, omdat je er niet zoo brandend naar hebt verlangd, want was dat zoo, dan zou je 't heelemaal begrijpen, dat ik je dringend durf te vragen: Toe, Lief, schrijf me alsjebeheft, alsjebelieft op geregelde tijden 1 Schrijf me, bid ik je, nóóit méér dan je wil of kan, dan overeen komt met je lust of tijd, - denk nooit: „ze heeft het graag", als je eigenlijk verhindering hebt, - maar ik smeek je: schrijf me geregeld I Je wéét niet, wat 't is, uur na uur te wachten op de post, 's morgens vroeg wakker te liggen en te luisteren, luisteren, of er ook een brief wordt gebracht, - den heelen dag op de post-tijden te leven en daardoor ongeschikt te zijn, om iets anders te doen. Noem 't overdreven, flauw, kinderachtig, - noem 't al wat je wilt en je zal er nóg gelijk in hebben, want ik besef het zélf heel goed, - maar ik zeg je, ik sta hierin absoluut machteloos tegenover mezelf, ik moet me hulpeloos aan mijn gedachten overgeven. Dacht je, Lief, als ik er iets aan kon doen, dat ik 't dan niet Zou doen, om aan mijn ondragelijken, zielszwakken toestand een einde te maken? Dat ik 't niet goddelijk zou vinden, als ik mijn gedachten bedwingen kon, in plaats van, zooals nu, al wachtend, te denken, te denken, tot mijn zenuwen de spanning niet langer verdragen kunnen en ik uitbarst in tranen? En dan moet ik me nog goed houden, want ik beef, om er iets van te laten merken,

Sluiten