Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

360

LIEFDESBRIEVEN

Lieve, goede, beste Lief, Ta, Willem, je hebt gelijk, heelemaal, volkomen gelijk in alles wat je zegt over die brieven van je, - maar heusch ik ben niet toerekenbaar voor wat ik gisteren schreef. Ik kan me niet begrijpen, dat het gisteren was, het lijkt me veel, véél langer geleden toe. Ja, Lief, nu ik er over denk, ben ik over mezelf in de gróótste verbazing: ik weet absoluut niet meer, waarom ik gisteren toch zoo wanhopig-bedroefd ben geweest. En gisteren, o, toen had ik wel honderd redenen weten te geven. Ik begrijp het niet, ik begrijp er heelemaal niets van. Misschien had ik een beetje koorts in mijn hoofd of zoo iets, want ik kan me die abnormaliteit anders werkelijk niet verklaren. Want het was toch heelemaal niets erg, dat ik in anderhalven dag geen bericht van je kreeg, het was eenvoudig belachelijk-dwaas van me, me dat zoo aan te trekken. Want jij kon natuurlijk heel goed een plotselinge verhindering hebben gehad. Het trof alleen juist zoo toevallig, dat ik dien dag in zoo'n ellendig-overspannen toestand was, - want anders, ik weet het zeker, zou ik heel verstandig-kalm en geduldig hebben afgewacht. Lieve, goede, ik verzeker je, dat het een last is als je aan zulke zenuw-attaques onderhevig ben, maar ik zal 't mezelf wel afleeren, — zóó gaat 't niet langer. Als 't niet zoo treurig was, zou 't werkelijk om te lachen zijn: die manie van mij, om per sé ongelukkig te willen wezen, 't Is pure nonsens en aanstellerij, ik heb 't mezelf eens flink aan 't verstand gebracht, en hoop, dat 't nu uit zal zijn voor goed. Daarom, Allerliefste, sla maar geen acht op dat onredelijk geklaag over brieven. Want je bent een eenig, bewonderenswaardig Liet; dat je zoo veel schrijft. Ik geloof, dat géén andere man dat zou doen. Je kon je best verontschuldigen door je werk of andere dingen, die ik, zooals je begrijpt, als zeer geldig zou moeten accepteeren, - maar dat doe je niet, beste Liefste 1 trouw ga je door. En ach, dat ik zelf zoo veel schrijf, dat is nu eenmaal een vrouwen-gewoonte, en ik doe het meer voor mijn eigen genoegen dan voor het jouwe. En dus vraag ik je nog eens, heel dringend en nadrukkelijk: schrijf mij nóóit méér dan je wil of kan. Want ik zou het onverdragelijk en onoverkomelijk-akelig vinden, als ik merken moest, dat je 't deed, omdat je wist, dat ik 't prettig vond of 't verwachtte. Beloof me dat, Lief! Ik beloof je, dat ik niet meer zonder reden klagen zal. Maar ik was down in de laatste dagen en daardoor gevoeliger voor dingen, die me anders niet zoo sterk getroffen zouden hebben.

Liefste, dat gevoel, dat je beschrijft, dat kinderlijk-gelukkige,

Sluiten