Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43*

LIEFDESBRIEVEN

ritsen, want met dit warme weer is het op mijn kamer, waar den heelen dag de zon op staat, niet uit te houden. Ik ga nu deze hier schrijven en neem hem mee naar Amsterdam, waar ik hem dan op de post breng. Dan weet ik zeker, dat je morgenochtend (Vrijdag) toch een brief krijgt.

Je zegt, dat je mij liefhebt, - maar, Lief! wees bhj! Ik houd toch veel meer van jou, dan jij van mij.

Hier ligt een leehjke koffie-vlek,

Maar dat komt, mijn lepeltje was zeker een beetje lek, En als het niet lek is, dan is er toch een druppel afgegleden, En die geeft nu reliëf aan mijn teederheden.

O, Jeanne, ik word hoe langer hoe meer verliefd op mijn ring! Die ring is mijn talisman, en daar houd ik jou aan vast.

En als je ooit later van me weg wilt loopen naar Ruysch of

naar Verster,

Dan laat ik je dien ring maar zien en dan kom je niet ver.

Vind je mij nu niet flauw? Maar ik ben ook zoo kinderlijk bhj. Want nu weet ik, waarom je zoo triest was.

En die reden, Jeanne, kan mij niet anders dan streelen en vleien, Want ook ik, liefste Lief, wÜ nooit in der eeuwigheid van

jou scheien!

Wat zou je er van zeggen, als ik deze verzen óók in de N. G. opnam?

Dan zou 't heele pubhek in de handen gaan klappen van pleizier, En ieder zou zeggen: O, die Wülem vergoodt zijn Jeanne schier!

Vind je deze twee laatste regels niet echt zoo'n volksliedje, dat bij de orgels gezongen wordt? Daar komt ook dücwijls op 't eind van een regel een woord, dat den heelen zin eigenhjk bederft, en dat er aheen staat om te rijmen!

't Is goed, dat ik vandaag dien brief van je gekregen heb, want, zooals je weet, moet ik vandaag naar Amsterdam toe, om Hein te helpen „aanteekenen," en nu ben ik zoo bhj.

Sluiten