Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

485

Vandaag kreeg ik een briefje van Hein, waar ik nog niet veel aan had. Hij schrijft mij, dat hij mij met rijtuig van spoor zal komen halen, en dat hij mij later wel zal opgeven, wanneer, met welken trein. Ik heb hem natuurlijk terug-geschreven, - die brief is nu al weg, - dat ik jou eerst van den trein moest talen, dat hij daar wel om denken mocht, dus dat hij 't een beetje anders moest regelen. Die Hein is zoo'n magnifieke, onpraktische jongen. Onpraktisch is hij soms nog meer dan ik. En dat wil heel wat zeggen...

O, Lief! onze toekomst zal zoo heerlijk zijn! Als we maar één ding afspreken: we moeten ons nooit tegen elkaar gaan verschansen in onszelf. Onze naturen lijken meer op elkander, geloof ik, dan op die van andere menschen, en daar kan een prachtige harmonie uit komen, als wij die waarheid ons maar altijd voor oogen houden, en blijven voelen, dat er, door alle moeilijkheden heen, in ons leeft een wederzijdsche sympathie, die maar even, door een kleinigheid, in trüling behoeft gebracht te worden, om het leven weer even mooi te maken, als het vóór de moeilijkheid was. Reden tot ernstige droefheid, dat verzeker ik je, zal je van mij nooit in je leven krijgen. Een polygame natuur bijv. ben ik heelemaal niet; ik ben geen mensch, die verliefd wordt op een neus of een oogopslag of iets dergelijks; ik heb je innerlijk lief, o, mijn Liefste, mijn Schat, en ik weet heel goed, niet in een bui van voorbij-gaande opwinding, maar met in mijn onbewustheid wortelend bewustzijn, dat geen andere vrouw op de wereld zoo'n innerlijk heeft.

Nu, Lief, 'tis kwart over twaalven, en ik ga nu maar naar bed. Geloof in de altijd-durende liefde van jouw eigen

Willem

O, Lief, nu is 't weer morgen. Elise Linn is nog niet begonnen, en ik neem het oogenblik nu nog even waar, om wat bij mijn brief van gisteravond te schrijven. Straks, als het orkest begint, moet ik toch de deur uit, dus werken kan ik vanmorgen niet.

Weet je, wat zoo leuk van je is? Dat je al het onaangename (zooals wat ik zei van die machine) dadelijk op je zelf betrekt. Leuk, zei ik, maar dat is een oppervlakkig woord ervoor, nu ik er dieper over denk, begrijp ik, hoe beroerd dat voor jóuzelf is. Arm Lief! maar ik weet zoo zeker, dat we later zullen lachen om al die somberheden, als wij maar bij elkander zijn. Je bent zoo'n lieve pessimist: maar dat komt later allemaal in orde, als wij maar bij elkander zijn.

Sluiten