Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

528

LIEFDESBRIEVEN

O, dit wou ik je nog zeggen, - hoe prettig, dat je je ring dadelijk vond, - maar 't kon ook wel haast niet anders, hè, Lief? Omdat je hem alleen in de haast vergeten had na je wasschen weer aan te doen.

* *

O, Lief, wat was 't heerlijk, gisteren; ik vind 't verrukkelijk je weer eens gesproken te hebben. Je weet niet, hoe onuitsprekelijk ik daar dikwijls naar verlang, je wéét niet, hoeveel goed me je woorden doen! Of ja, je weet 't eigenhjk wel, je merkt 't wel, omdat ik, nadat je met me hebt gepraat, dadehjk zooveel kalmer, zooveel inwendig-geruster ben. En ik vind 'tgoddehjk jouw invloed op mij te ondergaan, en te weten, dat jij de macht hebt om me beter te maken, om me te bevrijden van alle, voor jou en mij onaangename dingen, die ik me in den loop der tijden heb aangewend. Vroeger dacht ik maar aheen aan ahes wat mezelf betrof. En omdat ik aanleg tot schrijven had, kwam ik er vanzelf toe, ahes voor mezelf te formuleeren en te analyseeren. Als je me heelemaal aan mezelf onttrokken hebt, dan zal je een weldaad aan me hebben gedaan! Het voortdurend denken is het, wat me belet, durend gelukkig te zijn, maar de machtige aandrang daartoe is veel sterker dan de zwakke krachtjes, waarmee ik tegen-worstelen kan. Ik kan mezelf niet aheen overwinnen, ik kan niet. Ik denk, dat het 't, ieder-aangeboren-egoïsme is, dat bij mij door zelf kweeking zoo sterk is geworden. Maar, WÜlem, even goed als 't langzamerhand erger werd, kan 't ook langzamerhand beter worden, niet? Als jij me maar helpen wüt, maar, o, Lief, dat wü je, nietwaar?

Ineens denk ik ergens aan, dat ik gisteren vergat je te vragen over mijn boek. Ik denk wel niet, dat je 't zal doen, maar toe, wÜ je 'tniet hier en daar doorbladeren vóór je begint te lezen, want, heusch, dan zou je zulke verkeerde indrukken kunnen krijgen.

O, ik had zoo'n aardige reis gisteravond, Wülem. Die dame, die je misschien zag zitten, was een aüeraardigste oude Engelsche. Ze begon met me iets van aankomst te vragen, én bleef toen zóó gezellig en vriendelijk met me doorpraten, dat de tijd gauw voorbij was. Ik nam een rijtuig naar huis. En ik heb niet vergeten, je hartelijke groeten te doen, Lief! O, Lief, was je niet moe, toen je gisteravond thuis kwam, na dien drukken dag? Iedereen was heel aardig

Sluiten